Nieuws

Stress-les in corona-tijd

27 december 2020 Actueel, BiB Public

Hoe stress-stofjes ons lijf, brein en lijden beïnvloeden
Facemask in christmastree

Aangescherpte maatregelen waarin social distancing, corona-testen en quarantaine centraal staan. De COVID-19 pandemie raakt ons direct of indirect allemaal. De fysieke, mentale en maatschappelijke consequenties hebben voor veel mensen één ding gemeen: stress. Daarom een mini stress-les, om wat meer ‘stressless’ door deze soms nare periode te komen.

Wat is stress?
Het definiëren van stress is niet makkelijk. Als we de definitie van stress opzoeken in de Dikke van Dale dan staat er ‘aanhoudende geestelijke druk’ (1). Op zich klopt deze beschrijving, maar het omvat alleen niet de biologische aspecten van stress. Een meer biologische omschrijving zou stellen dat als iemand een negatieve ervaring heeft, ‘de prikkel’ zorgt voor een lichamelijke verandering; er ontstaat spierspanning in ons lijf. Ook de beleving van controle speelt een rol, namelijk of je het idee hebt dat je genoeg controle hebt over wat er gebeurt (2). Samen zorgen deze factoren ervoor dat er stress ontstaat. Of een stimulus als negatief of positief wordt ervaren, verschilt per persoon. Zo zal een persoon die gewend is om voor een publiek te staan en die daarbij controle heeft over bijbehorende prikkels, bijvoorbeeld stilte in de zaal, minder of geen podiumangst hebben dan iemand die niet gewend is om op een podium te staan.

Van het zenuwstelsel naar de bijnieren
Stress in ons lichaam wordt aangestuurd door ons zenuwstelsel; het sympathisch zenuwstelsel, wat ervoor zorgt dat er energie in ons lichaam vrijkomt (3). Stel je voor: je staat op het treinstation en iemand pakt je tas af. Door de schrik wordt het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd; je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt en de hoeveelheid glucose in het bloed neemt toe. Ook wordt er een signaal naar de bijnieren gestuurd, die vervolgens adrenaline uitscheiden (2). Een toename van adrenaline in je bloed bereidt je lichaam voor op actie. Dit is van essentieel belang voor de bekende fight or flight reactie (4), de directe reactie op een spannende of stressvolle situatie (2).

Vechten of vluchten
Op het moment dat je tas is afgepakt, krijg je een rush van adrenaline. In alle gevallen van een schrikreactie bereid adrenaline je voor op één van de volgende reacties: je kan terugvechten (fight) en je tas terugpakken, je kan van angst ‘bevriezen’ (freeze) of doordat je bang wordt van de betreffende dief zet je het op een rennen (flight). Dat is niet het enige wat het sympathisch zenuwstelsel doet in een stressvolle situatie; het stuurt ook een signaal naar de hersenen, waar de hypothalamus op reageert. Dit gebiedje reguleert het autonome zenuwstelsel en het hormoonstelsel; het stuurt een signaal naar de hypofyse, een klier aan de voorkant van je hersenen die hormonen uitscheidt. Deze stuurt weer een signaal naar de bijnieren, zodat het hormoon cortisol vrijkomt. De vrijgekomen stofjes adrenaline en cortisol zorgen er samen voor dat het lichaam prioriteiten stelt en dat energie wordt vrijgemaakt voor de organen die we in een stressvolle situatie het hardst nodig hebben. Dit kan bijvoorbeeld energie zijn voor je spieren zodat je weg kan rennen. Als het gevaar is geweken, dan dalen de niveaus van adrenaline en cortisol weer en schakelt het lichaam weer terug naar de oorspronkelijke afstemming. Dit netwerk van de hypothalamus, hypofyse en bijnieren wordt de HPA-as genoemd, van het Engelse hypothalamus-pituitary-adrenal glands (2).

Acute versus langdurige stress
In sommige gevallen is stress niet acuut, maar kan het langdurig aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan langdurig conflict met je partner, een lange tijd werkloos zijn of het juist extra druk hebben op het werk. Dit zijn allemaal mogelijke gevolgen van de COVID-19 pandemie(5). In deze gevallen kunnen mensen voor een langere tijd stress ervaren; chronische stress. De stressreactie van zowel onze hersenen en het lichaam kunnen dan nadelige effecten hebben op ons slaappatroon, de voedselvertering, immuunsysteem, hart en onze emoties (6). De langdurige stress houdt ons zenuwstelsel in de zogenaamde ´stress stand’. Hierdoor blijft het lichaam cortisol aanmaken en ontstaat er een (te) hoog gehalte van cortisol in het lichaam. Als dit te lang aanhoudt, dan schaadt cortisol de hersenen. Zo lijkt uit enkele stress onderzoeken dat zelfs het aantal hersencellen en hersenvolume kan verminderen. Daarbij lijkt het (cognitief) functioneren beïnvloed te worden (7), zoals het geheugen(8).

Ook is er onderzoek gedaan met muizen dat laat zien dat de structuur en functie van verschillende hersengebieden kan worden aangepast door chronische stress. Dit geeft inzicht in hoe stress kan bijdragen aan stress-gerelateerde aandoeningen zoals cognitieve disfunctie en depressie (2); verhoogde levels cortisol worden ook gezien bij mensen met een depressie.

Stress verminderen met sport en mindfulness
Het is van groot belang voor het menselijke lichaam om langdurige stress te voorkomen of te verminderen. Uit onderzoek blijkt dat je daarvoor een paar dingen kan doen. Eén daarvan is fysieke activiteit, zoals bewegen of sporten (9). Dan produceren onze hersenen bepaalde stofjes; endorfines. Deze werken verdovend en zorgen voor een goed gevoel door de ontspannende werking ervan (10). Daarnaast zorgt beweging ook voor een vermindering van stresshormonen zoals cortisol en adrenaline (11). Kortom, met sport verminder je stresshormonen en verhoog je een ontspannend hormoon.

Een ander anti-stress middel dat zeer populair is geworden, is mindfulness. Deze vorm van ‘stilstaan in het hier en nu’ betekent dat je bewust bent van je omgeving en aanwezig bent in het heden. Dit omvat ook je gedachten en het accepteren van je gevoelens. Voor alle doelgroepen is er wel een cursus; voor kinderen, ouderen of zwangere vrouwen. Naast cursussen zijn er ook speciale apps, boeken en coaches. Ook wetenschappers doen onderzoek naar het effect van mindfulness, zoals de relatie met stress. Er zijn een aantal onderzoeken die aantonen dat mindfulness een positieve invloed heeft op (chronische) stress. Een aantal studies lieten zien dat na het beoefenen van mindfulness cortisol in het lichaam afnam (12). Mindfulness lijkt ook te helpen bij angst, depressie en pijn (13).

Er zijn dus zowel psychische als biologische factoren die samen het hele plaatje van stress schetsen. In stress die lang aanhoudt schuilt een gevaar, want chronische stress is niet gezond.

En lang aanhoudende stressoren zijn er genoeg met de COVID-19 pandemie. Gelukkig zijn er ook nog manieren binnen handbereik om hier beter mee om te kunnen gaan en ons lichaam uit die ‘stress stand’ te halen.

Over de auteur
Wendelien Bergmans begon haar studie psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar bachelor werd haar interesse voor de hersenwetenschappen, voornamelijk richting de neuropathologie en onderzoek op micro- en moleculair level. Hierna studeerde ze verder met de master neurobiologie waar in haar onderzoeksprojecten altijd een immunologisch aspect te vinden was. Wendelien gelooft in het belang van het communiceren van wetenschap naar iedereen in de maatschappij.

 

Referenties:

  1. Van Dale. (n.d.). Retrieved from https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/STRESS
  2. Nelson, R., 2011. An Introduction To Behavioral Endocrinology. 4th ed. Sunderland: Sinauer Associates, pp.581-591.
  3. https://www.apa.org. 2018. Stress Effects On The Body: Nervous System. Retrieved from https://www.apa.org/helpcenter/stress/effects-nervous
  4. Cafasso, J. (2005, December 29). Adrenaline Rush: Everything You Should Know. Retrieved from https://www.healthline.com/health/adrenaline-rush
  5. Heisz, J.J. & Marashi, M. (2020, May 21). The chronic stress of coronavirus is affecting your mental health. Here’s how exercise can help. Retrieved from https://theconversation.com/the-chronic-stress-of-coronavirus-is-affecting-your-mental-health-heres-how-exercise-can-help-137963
  6. 5 Things You Should Know About Stress. (n.d.). Retrieved from https://www.nimh.nih.gov/health/publications/stress/index.shtml
  7. Bernstein, R. (2016, July 26). The Mind and Mental Health: How Stress Affects the Brain. Retrieved from https://www.tuw.edu/health/how-stress-affects-the-brain/
  8. Cohut, M. (2018, October 25). How does stress affect the brain? Retrieved from https://www.medicalnewstoday.com/articles/323445
  9. Physical Activity Reduces Stress. (n.d.). Retrieved from https://adaa.org/understanding-anxiety/related-illnesses/other-related-conditions/stress/physical-activity-reduces-st
  10. Madell, R. (2004, August 13). Exercise as Stress Relief. Retrieved from https://www.healthline.com/health/heart-disease/exercise-stress-relief
  11. Exercising to relax. (2011, February). Retrieved from https://www.health.harvard.edu/staying-healthy/exercising-to-relax
  12. Garland, E. L., Hanley, A. W., Baker, A. K., & Howard, M. O. (2017). Biobehavioral Mechanisms of Mindfulness as a Treatment for Chronic Stress: An RDoC Perspective. Chronic Stress.
  13. Goyal M, Singh S, Sibinga EMS, et al. Meditation Programs for Psychological Stress and Well-being: A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Intern Med.2014;174(3):357–368.

 

> Lees verder


Het Alice in Wonderland syndroom

20 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

‘Drink mij’ stond er met mooie, grote letters op gedrukt. […] ‘Wat een gek gevoel!’, dacht Alice, ‘het lijkt wel of ik als een verrekijker in elkaar schuif!’ […] een klein koekje, waar krenten op zaten, die de woorden ‘Eet mij’ vormden. […] ‘nu ga ik uit elkaar als de grootste verrekijker van de wereld! Dag voeten!’.” 

Bovenstaande passages komen uit het boek “Alice in Wonderland”, geschreven door Lewis Carroll in 1865. Het beschrijft hoe Alice groeit en krimpt nadat ze iets drinkt of eet. Ze beschrijft deze ervaringen als een verrekijker die in en uit elkaar schuift. Bijna 100 jaar later, in 1955, ontmoet de psychiater dr. John Todd een aantal jonge patiënten die dezelfde ervaring hebben. Al snel wordt de term “Alice in Wonderland syndroom” (AWS) gebruikt voor deze aandoening. Maar wat is er aan de hand bij patiënten met AWS?   

Patiënten met AWS ervaren een verstoring in het visueel waarnemen van objecten of (delen van) hun eigen lichaam. Handen of voeten kunnen als veel kleiner worden waargenomen (micropsia) waardoor de rest van hun lichaam als buitenproportioneel groter wordt ervaren. Lichaamsdelen kunnen ook als veel groter worden waargenomen (macropsia) waardoor de patiënt de rest van zijn lichaam als veel kleiner ervaart. Objecten kunnen dichterbij (pelopsia) of verder weg (telopsia) lijken dan ze daadwerkelijk zijn, wat invloed heeft op de eigen waarneming binnen een ruimte. Maar niet alleen de visuele waarneming is aangedaan, ook kan er een verstoring van auditieve waarneming optreden. Stemmen kunnen bijvoorbeeld dichterbij (luider) of verder weg (zachter) klinken dan ze daadwerkelijk zijn. Vooral kinderen lijken gevoelig te zijn voor AWS, maar waar komt deze verstoring in het waarnemen vandaan? “‘Curieuzer en curieuzer!’ riep Alice.”  

Bij nader onderzoek blijkt er niets mis met de ogen of oren van patiënten met AWS, er lijkt eerder een verstoring in de informatieverwerking in de hersenen te zijn. Al snel werd door dr. Todd een verband gelegd tussen AWS en migraine. Waar sommige mensen met migraine lichtgevoelig zijn of ‘sterretjes zien’ (visuele aura’s), hebben mensen met AWS een verstoring in de ruimtelijke waarneming. Van migraine aura’s wordt gedacht dat ze een gevolg zijn van een neuronale over-stimulatie (verhoogde activiteit van zenuwcellen) gevolgd door neuronale onderdrukking (stilvallen van zenuwcellen). Meestal gebeurt dit binnen de visuele hersenschors, waardoor visuele aura’s relatief vaker voorkomen. Echter, bij patiënten met AWS wordt gedacht dat dit gebeurt in een hersengebied belangrijk voor ruimtelijke oriëntatie en het bijeenbrengen van zintuigelijke informatie (de pariëtale hersenschors). Dit zou een verklaring zijn waarom patiënten een veranderde perceptie hebben (zien, horen, voelen) ten opzichte van hun lichaam en omgeving.  

Uit dagboekaantekeningen van Lewis Carroll blijkt dat hij zelf ook last had van migraines. Wat tot speculatie heeft geleid of zijn aura’s misschien van het type AWS waren. En dat hij zijn ervaringen gebruikte in het schrijven van zijn wereldbekende boek. Echter, neurowetenschappers hebben meer ‘verborgen’ neurologische aandoeningen gevonden in zijn boek. Zoals depersonalisatie, het gevoel hebben niet jezelf te zijn, en prosopagnosia, het niet kunnen herkennen van gezichten. Of we dit allemaal kunnen toeschrijven aan de schrijver, valt te betwijfelen. Of misschien had de Kat toch gelijk: ‘we zijn hier allemaal gek. Ik ben gek. Jij bent gek.’ ‘Hoe weet u dat ik gek ben?’ zei Alice. ‘Dat moet je zijn,’ zei de Kat, ‘anders zou je niet hier gekomen zijn.’ 

Verschenen in het juni 2018 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder


De wonderlijke ontwikkeling van het brein

13 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

Als neurowetenschappelijk onderzoeker ben ik dagelijks bezig met het beter begrijpen van de hersenen. Toch blijf ik mij iedere dag weer verwonderen hoe die 1,5 kilo aan zenuwcellen ons hele bestaan zijn. Ze reguleren onze ademhaling en hartslag, ze laten ons horen, zien en ruiken, ze laten ons verdriet en blijdschap voelen, gebeurtenissen herinneren waar we graag aan terug denken. Dit allemaal door de samenwerking van ‘een paar’ (nou ja, ongeveer 86.000.000.000.000) cellen. Soms sta ik wel eens stil bij hoe ingenieus het brein zich vanaf de geboorte blijft ontwikkelen, én hoe kleine veranderingen grote consequenties kunnen hebben. 

Bij de geboorte zijn de meeste zenuwcellen die ons brein ooit zal hebben al aanwezig. De groei die ons brein vanaf de geboorte meemaakt, komt voornamelijk door glia cellen. Dit zijn cellen die ervoor zorgen dat zenuwuitlopers voorzien worden van een isolatielaag. Hierdoor kunnen zenuwcellen beter met elkaar communiceren. Op ongeveer tweejarige leeftijd heeft het brein al 80% van de grootte van een volwassen brein en op zesjarige leeftijd is dit 95%. Toch zijn er nog grote verschillen tussen een kinder, puber en volwassen brein. 

Het bereiken van het maximale breinvolume ligt op 10,5 jaar voor meisjes en 14,5 jaar voor jongens. Hierna neemt het breinvolume weer af. Dit lijkt jong, maar kleiner worden in volume staat hier (nog) niet gelijk aan ‘aftakeling’. Het is een periode in de pubertijd waarin de hersenen zich reorganiseren. Weinig gebruikte verbindingen tussen zenuwcellen worden weggesnoeid, zodat andere verbindingen zich sterker kunnen ontwikkelen. Het brein ontwikkelt zich ook niet over alle gebieden gelijk. Als eerste zijn de sensorische (waarneming) en motorische (beweging) gebieden ‘af’ en als laatste de prefrontale cortex (plannen, motivatie, oordeelsvermogen). Dit verklaart onder andere waarom pubers soms moeite hebben met het plannen van hun huiswerk en de gevolgen van hun acties te overzien. 

Als het brein zich op een andere manier ontwikkelt, kan dit voor problemen zorgen. Uit MRI onderzoek van kinderen met autisme spectrum stoornissen (ASS) blijkt dat in de eerste jaren een versnelde groei van het brein plaatsvindt. Door deze ‘wildgroei’ aan zenuwcellen is het voor het brein moeilijk om de juiste verbindingen te maken. Vooral de lange afstand verbindingen met het cerebellum (fijne motoriek), de amygdala (emotionele regulatie) en de prefrontale cortex zijn aangedaan. Dit komt overeen met de kenmerken van ASS, waarbij beperkingen op het gebied van sociale interactie op de voorgrond staan.  

Sommige onderzoekers denken zelfs dat aanleg voor ouderdomsziekten zoals de ziekte van Alzheimer (krimpen van de hersenen door verlies van zenuwcellen) mogelijk al tijdens de ontwikkeling aanwezig is. Zo werd bij 239 gezonde kinderen tussen de 4 en 20 jaar de dikte van de enthorinale regio gemeten, een gebied dat de hippocampus (geheugen) met de rest van het brein verbindt. Deze dikte werd vervolgens gelinkt aan genen die bekend staan de kans op Alzheimer te vergroten of te verkleinen. Resultaat van het onderzoek was dat kinderen met het gen dat de kans op Alzheimer vergroot, al een dunnere enthorinale regio hadden (minder zenuwcellen) dan kinderen met het gen dat de kans op Alzheimer verkleint.  

 De werking van het brein is magisch interessant, maar ook hoe het zich over de jaren heen ontwikkelt blijft mij verwonderen, elke dag maar weer.  

Verschenen in het november 2015 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder


Het nutteloze met het aangename verenigen

6 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

 Een paar weken geleden kreeg ik een link toegestuurd, “Cookie clicker – een leuk spelletje” stond erbij. Ik klikte op de link en kreeg een rond chocolate chip koekje te zien. De bedoeling was om op dit koekje te klikken en zo meer koekjes te genereren. Ad infinitum. Als je 100 koekjes verzameld had, kon je een ‘aardige oma’ inhuren om mee te helpen nog meer koekjes te maken. Met 3000 koekjes zelfs een fabriek. Een uur later had ik 37 oma’s, 21 fabrieken en 3 laboratoria om 67 meer koekjes te produceren bij elke klik. Voor deze prestatie kreeg ik een insigne. En ik bleef verder klikken.  

 Het spelletje gaat eigenlijk nergens over; met meer koekjes kun je ‘hulp’ kopen om de koekjes productie verder omhoog te schroeven om zo nog meer hulp te kunnen kopen. Meerdere spelletjes draaien om deze vicieuze cirkel waarbij het spel nooit ten einde komt of uitgespeeld wordt; Bejeweled Blitz (punten verzamelen door juwelen te matchen) en Farmville (gewassen oogsten, planten en weer oogsten). Maar wat gebeurt er toch allemaal met ons brein dat we deze spelletjes blijven spelen? 

 Een eerste antwoord op deze vraag komt voort uit onze drang te verzamelen; het verzamelen van koekjes, gewassen, punten en prestatie insignes. Verzamelen wordt vaak geassocieerd met positieve emoties zoals plezier en opwinding, wat een motivatie is om te blijven verzamelen en deze emoties te blijven ervaren. De verzameling moet alleen steeds groter worden om hetzelfde plezierige effect te verkrijgen; waar je eerst blij was met 1.000 punten/koekjes, wordt het al snel een drang om de 1.000.000 te halen of zelfs de 1.000.000.000. Binnen onze hersenen is het de gyrus cinguli anterior die hier verantwoordelijk voor is. Dit is hetzelfde hersengebied dat een rol speelt bij obsessieve compulsieve stoornissen (OCS) waarbij pathologisch verzamelen een voorbeeld van een dwanghandeling is. Maar waar er bij pathologische verzamelaars negatieve consequenties zijn zoals een huis vol ‘troep’, blijven deze bij online spelletjes vaak beperkt tot het verliezen van tijd 

 Een tweede antwoord kan gezocht worden in het valse gevoel van prestatie en de beloning die hieraan gekoppeld wordt. Een highscore in Bejeweled Blitz, een paar miljoen koekjes, een volgebouwde boerderij; allemaal zeer belangrijk voor de speler (maar niet zo zeer voor een buitenstaander). Het spel speelt hier mooi op in door statistieken bij te houden over de behaalde scores en een beloning in de vorm van prestatie insignes te geven waardoor het idee ontstaat dat er daadwerkelijk iets gepresteerd is. Daarnaast wordt een beloning waar (gevoelsmatig) meer moeite voor gedaan moet worden, of langer duurt voordat het binnen is, meer gewaardeerd dan korte termijn beloningen. Binnen onze hersenen is het de nucleus accumbens dat hier verantwoordelijk voor is, het associeert het behalen van een beloning aan positieve emoties wat motiveert om door te spelen en een grotere beloning na te jagen. 

 Een derde antwoord, dat voortkomt uit de eerste twee is het competitieve karakter van mensen welke beloning geeft een plezierig gevoel en de motivatie om door te blijven spelen? Vaak is dit toch de drang om ergens de beste in te zijn; de beloning van de hoogste score door het meest verzameld te hebben. Er staan internetfora vol met highscores waarbij mensen elkaar steeds proberen te overtreffen. Hier komt dan ook een strategisch element bij kijken tijdens het spelen waar ik mijzelf ook op betrapte – koop ik nu 2 oma’s met 200 koekjes of wacht ik tot ik 3000 koekjes heb gespaard en koop ik een fabriek waardoor het spel nog sneller zal gaan? Kan ik een manier vinden om zo snel mogelijk zoveel mogelijk koekjes te produceren? Dit strategisch denken en vooruit plannen zetten het frontale deel van je hersenen aan het werk waardoor zo’n spelletje toch minder doelloos en meer als een mentale oefening gezien kan worden. 

 Na een (te lange) tijd spelen heb ik het toch voor elkaar gekregen om het kruisje in de rechter bovenhoek van mijn scherm aan te klikken. Het spelletje ging uit en in plaats van virtuele oma’s en koekjes, ging ik op bezoek bij mijn oma met een lekker koekje bij de thee. Misschien wel twee.  

Verschenen in het mei 2014 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder


COVID-19 maatregelen en Brain Awareness Week

15 maart 2020 Actueel, BiB Public

Beste Brein in Beeld geïnteresseerde,

Even een berichtje van onze kant: BiB volgt de RIVM regels aangaande COVID-19. Dat betekent voor nu dat alle evenementen worden afgezegd. Het “So you think you can science” evenement in Corpus dat vandaag op het programma stond is geannuleerd en ook de eerstkomende schoolbezoeken worden geannuleerd.

We zullen proberen later in het jaar deze bezoeken te plannen, ondanks dat we nog niet zeker weten hoe het er dan uit gaat zien.

Ook onze HOVO cursus is in elk geval tot 31 maart stop gezet. Er wordt gekeken naar alternatieve manieren om het onderwijs te regelen (ook buiten HOVO).

Vanaf maandag start de Brain Awareness Week. Hiervoor hebben we 7 columns over hersenmythen op de rol staan, vanaf morgen komt er elke dag één online!

Verder hopen we dat jullie allemaal gezond blijven.

Vriendelijke groet,

Het BiB team.

> Lees verder


Vrouwen in de neurowetenschap

8 maart 2020 BiB Public

De veelzijdige redactie van Brein in Beeld informeert haar lezers graag met artikelen en blogs over de eveneens veelzijdige wereld van de neurowetenschappen.

Hieronder leest u het artikel van Wendelien Bergmans over vrouwen in de neurowetenschap.

 Vandaag is het internationale vrouwendag. Een goed moment om vrouwen binnen het hersenonderzoek in het zonnetje te zetten. Hoewel het aantal mannen nog de overhand heeft in de neurowetenschappen, zeker in de hogere rangen, zijn er veel vrouwen die hun stempel op de neurowetenschap hebben gedrukt. Sommigen droegen bij aan de basis van het hersenonderzoek en anderen hebben bijzondere bijdragen geleverd in de laatste decennia. Voor internationale vrouwendag willen we een aantal van deze vrouwen uitlichten.

De eerste vrouwen in de neurowetenschap
Richting het einde van de 19e eeuw kwamen de eerste vrouwen in de neurowetenschap in beeld. Zo haalde Maria Mikhailovna Manaseina haar medische graad in Rusland en verrichte ze innovatief onderzoek naar slaap deprivatie. Zij publiceerde in 1897 een Engelstalig boek over de psychologie, pathologie en fysiologie van slaap. Rond diezelfde periode deed Augusta Dejerine Klumpke in Frankrijk onderzoek naar de beschadiging van de zenuwen in de schouder en arm die een (gedeeltelijke) verlamming kunnen veroorzaken; tegenwoordig ook wel bekend als de Klumpke’s parese. Zij heeft meerdere prijzen gewonnen met haar prestaties en werd in 1914 zelfs de eerste vrouwelijke voorzitter van de French Society of Neurology.

Vrouwen als pioniers
Aan het begin van de 20e eeuw volgden er meer dames die als pioniers van de neurowetenschap kunnen worden gezien. Zo deed Anna Meyer Berliner onderzoek naar visuele sensaties en psychiater Constance Pascal ontfermede zich over het verminderen van de lasten en het stigma rondom mentale ziektes. In dezelfde periode droeg Cécile Mugnier-Vogt bij aan de anatomie van de hersenen. In Duitsland onderzocht Cécile met behulp van haar man hoe verschillende hersendelen met elkaar waren verbonden. Dit resulteerde in een beter begrip van de functionele neuroanatomie. Vandaag de dag eert het Max Delbrück center for molecular medicine Cécile Vogt door een programma voor vrouwen in de wetenschap naar haar te vernoemen. Een andere vrouw die begin 20e eeuw haar steentje bijdroeg is Lina Solomonova Stern. In 1921 introduceerde zij de term bloed-hersen barrière. Ruim twintig jaar later won Lina een prijs voor exceptionele prestaties in onderzoek naar deze barrière.

Vrouw onderzoekt Einsteins brein
In de tweede helft van de twintigste eeuw nam het aantal vrouwen in de neurowetenschappen toe. Het onderzoek van de Amerikaanse Suzanne Corkin was gefocust op patiënt, H.M., die een bijzondere hersenoperatie had gehad. De operatie moest epileptische aanvallen verhelpen, maar resulteerde bij H.M. tot het onvermogen om nieuwe herinneringen te maken doordat beide hippocampi waren verwijderd. Hierdoor leidde Corkin´s onderzoek tot de ontdekking dat de hippocampus een diepgaande rol speelt bij lange termijn herinneringen.

In 1986 ontvingen Rita Levi-Montalcini en haar collega een Nobelprijs voor hun ontdekkingen van de zenuwgroeifactor (nerve growth factor). De zenuwgroeifactor is een stof die bijdraagt aan de groei van hersencellen. Deze ontdekking was een stap richting het begrijpen en aantonen van de mogelijkheid van plasticiteit in de hersenen. Hier sloot het onderzoek van Marian Diamond op aan. Toen Diamond in 1984 het brein van Einstein onderzocht kwam ze tot de ontdekking dat Einsteins brein een hoge hoeveelheid van ondersteunende cellen (gliacellen) had en dus niet elk brein hetzelfde was, maar hersenen van volwassen nog kunnen ontwikkelen. Haar andere studies bevestigde dat omgevingsfactoren het brein kan ontwikkelen en aanpassen.

Ten slotte voegde de neuroloog Anita Harding de rol van DNA toe aan het plaatje van de neurowetenschappen. Haar combinatie van klinisch onderzoek met genetica demonstreerde een relatie tussen mutaties in het DNA van mitochondriën (een onderdeel van cellen) en hersenziektes.

Vrouwen pakken de Nobelprijs
De prestaties van vrouwen in de neurowetenschap gaan verder in de 21e eeuw. Naast de eerder genoemde Rita Levi-Montalcini, ontving ook Linda Brown Buck, samen met Richard Axel, in 2004 de Nobelprijs voor de geneeskunde met onderzoek naar het reuksysteem. Diezelfde Nobelprijs ging in 2014 naar May Britt Moser en collega’s. Zij ontdekten een speciaal soort cellen in de hippocampus (gridcellen) die belangrijk zijn voor navigeren.

Dit zijn maar een handjevol vrouwen die tot vandaag de dag hun bijdragen leveren in de ontwikkelingen in hersenonderzoek. Hopelijk een bron van inspiratie voor huidige vrouwen die een carrière in de neurowetenschappen ambiëren!

> Lees verder


De wetenschap of een griezelverhaal: het Capgras-syndroom

2 februari 2020 BiB Public

De veelzijdige redactie van Brein in Beeld informeert haar lezers graag met artikelen en blogs over de eveneens veelzijdige wereld van de neurowetenschappen.

Hieronder leest u het artikel van Irina Scheer over het raadselachtige Capgras-syndroom.

Sinds de winter zijn intrede heeft gedaan, houden de winterse kou, wind en regen ons van de straat. De wispelturige winters waaien mee onze huizen binnen als we natgeregend thuiskomen, terwijl het vrolijke voorjaar nog in winterslaap is. In de winter is de psyche van de mens vaak van melancholische aard. Als de eerste kou als een sneeuwdeken om ons heen slaat en we in het donker lopen, denken we soms na over erge dingen die ons kunnen overkomen. We willen dan het liefst zo snel mogelijk naar huis. Het gebrek aan licht maakt ruimte om binnen, ‘gezellig’, bij het gloeien van de lampen en het flikkeren van de kaarsen televisie te kijken. Toch kiezen we dan vaak voor (griezelige) films of series over clowns, heksen, levende doden en familieleden die vervangen worden door bedriegers.

Gelukkig is dit allemaal fictie en er is bijna niets dat je thuis kan schaden. Of is er wel iets? Voor sommige mensen kunnen deze afschrikwekkende ideeën werkelijkheid worden. Dit is een verhaal over het Capgras-syndroom, de neurologische stoornis waarbij dierbaren bedriegers lijken te worden.

Niet zo lang geleden leefde er een dokter, genaamd Capgras. Hij had een vrouwelijke patiënt die geloofde dat haar familie (kinderen en man), en ook haar huis, waren ‘vervangen’ door mensen die op hen leken en dat haar huis was door een vergelijkbare woning. Hoewel haar familieleden natuurlijk niet vervangen waren door bedriegers, was dit voor de vrouw haar werkelijkheid (1).

Een patiënt met de Capgras-stoornis herkent zijn of haar vrienden en familie, maar denkt toch dat er iets ‘niet in orde’ is met hen. Capgras-patiënten hebben het gevoel dat ze worden ‘bedrogen’ en worden achterdochtig: “Ik heb nog nooit die moedervlek onder je oor gezien, ik wist niet dat je sojamelk in je koffie gebruikte, had je vanochtend geen andere trui aan?, etc.” Het is eigenlijk ook niet moeilijk om te twijfelen als je een naaste goed bekijkt. Dan zie je al snel iets wat je niet eerder is opgevallen, maar mensen met het Capgras-syndroom lijken plotseling alle discrepanties in één oogopslag te zien. Opmerkelijk is dat er ook mensen met het Capgras-syndroom zijn die hun pijlen gericht hebben op één specifieke dierbare (2) waarvan ze geloven dat het een bedrieger is. Dit beeld kan plotseling veranderen: het ene moment lijkt iemand een bedrieger en het volgende moment niet meer (3, 4).

De onderliggende oorzaak van het Capgras-syndroom is nog onbekend (5). Dit komt onder andere omdat deze stoornis vaak samen voorkomt met andere neurologische aandoeningen, zoals schizofrenie, bipolaire stoornis, posttraumatische stressstoornis en soms dementie (2, 6). Hierdoor komt het vaak op de tweede plaats te staan en wordt vaak niet verder onderzocht (6, 7). Het enige dat we echt zeker weten is dat mensen met deze aandoening een persoon of emotioneel voorwerp mentaal vervangen door een nieuw persoon of voorwerp.

Momenteel zijn er diverse ideeën over het onderliggende mechanisme van dit syndroom. Volgens psychiater Berman kan een vorm van psychologische mismatch genaamd ‘cognitieve dissonantie’ best wel eens de onderliggende oorzaak zijn (5). “Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideeën of opvattingen of bij handelen in strijd met de eigen overtuiging.” (8). Volgens Psychiater Berman gaat het in dit geval om de spanning die teweeg wordt gebracht als het beeld van iemand anders in tegenstrijdig is met hoe die persoon handelt*. Mensen met het Capgras-syndroom scheiden deze twee (voor hen) psychologische identiteiten van elkaar en zien hun dierbaren daardoor als bedriegers (5).

Door onderzoek wordt het duidelijk dat personen met het Capgras-syndroom de gezichten van hun dierbaren kunnen herkennen en identificeren, maar geen emotionele reactie hebben op deze verschijning. Dit werd waargenomen met een ‘huidgeleidingstest’, die de temperatuur en het zweetgehalte van de huid meet. Bij mensen met het Capgras-syndroom verandert geen van beiden wanneer ze de gezichten van hun geliefden (in hun ogen: de bedriegers) zien (6).

De informatie over de gezichten wordt via de ogen naar ons visuele hersengebied gestuurd, waarna deze impulsen doorgestuurd worden naar het fusiform gyrus gebied. Dit is verder verbonden met het limbische (emotionele) systeem (9). Een beschadiging aan één van deze gebieden zou eventuele visuele informatie kunnen ontregelen en het verband tussen deze en de emotionele kenmerken van een persoon kunnen tegengaan. Dit zou dus de oorzaak kunnen zijn van de wanorde in het brein van een Capgras-patiënt.

In overeenstemming hiermee is de bevinding dat het individu met de stoornis de stem van zijn geliefde wel herkent (ook emotioneel gezien). Professor Ramachandran legt uit dat ons visueel systeem en auditief systeem verschillende verbindingen met het limbische systeem hebben. Dus terwijl de auditieve herkenning een emotionele reactie bij zijn patiënt teweegbrengt, doet de visuele herkenning dat niet (10).
Hoewel andere onderzoekers het er mee eens zijn dat het inderdaad te maken heeft met de connectie naar het limbische systeem, is het nog onduidelijk welke connectie voornamelijk is aangetast bij patiënten met het Capgras Sydroom (10, 11).

Eén ding is zeker over Capgras. Het is een zeldzame ziekte is, die vaak overschaduwd wordt door de bekendere ‘metgezellen’ Schizofrenie en Alzheimer, en heeft een drastisch effect op het leven van de patiënt én de naasten. Het bestaan van het Capgras-syndroom geeft een bijzondere mogelijkheid om te onderzoeken hoe we mensen in het dagelijks leven herkennen. Daar hebben niet alleen patiënten voordeel van, maar wijzelf ook, bijvoorbeeld als we buiten lopen en het donker en griezelig is (óf kiezen om een horrorfilm te kijken). Dus als je je omringd wordt door bedriegers, zijn er drie opties: 1) je zit in een horrorfilm, 2) je sympathiseert met wat mensen doormaken als ze Capgras hebben of 3) misschien hebben wij allemaal wel nog niet ontdekt dat iedereen om ons heen een bedrieger is.

* Cognitieve dissonantie gaat over een incompatibiliteit tussen iemands eigen normen en waarden en het handelen van deze persoon. Het is dus opvallend dat Psychiater Berman dissonantie als term gebruikt om dit gedrag te beschrijven.

[1] Sinkman, 2008 Psychiatry [2] Pandis, Agrawal & Poole, 2019 Psychopathology [3] Günter & Kraft, 2005 Scientific American Mind [4] https://bit.ly/2X6Njqc [5] NPR [podcast] 2010 [6] Ibanez-Casas & Cervilla, 2012 Psychopathology [7] https://bit.ly/2NDYaVz [8] Wikipedia, Cognitieve dissonantie [9] Hirstein & Ramachandran, 1997 [10] Caplan & Darby, 2015 Neurocase [11] Bell et al., 2017 BJ Pysch Open.

 

Over de auteur:

Irina Scheer is haar studie gestart aan het University College Roosevelt waarin ze haar focus legde op vakken binnen de psychologie, life sciences en neurowetenschappen.

Momenteel volgt ze het NEURASMUS master programma. In het eerste jaar volgde ze de studie Medische Neurowetenschappen in Berlijn, en nu – in het tweede jaar, aan de VU in Amsterdam – volgt ze de Fundamentele Neurowetenschappen track.

Ze is momenteel voornamelijk geïnteresseerd in het circuit van het brein, en loopt nu stage bij het Erasmus MC waar wordt gekeken naar de invloed van het cerebellum op leer en motorisch gedrag.

> Lees verder


Het brein van Escher (II)

23 januari 2020 BiB Public

Escher in het Museum

Wegens daverend succes organiseren wij in samenwerking met Escher in het Paleis voor de tweede keer ‘Het Brein van Escher’! Woensdag 8 mei 2019 (zie hier voor het verslag) werd de avond voor het eerst georganiseerd, en deze avond was bijna direct uitverkocht! Voor hen die afgelopen keer geen kaartje konden bemachtigen, en voor alle andere geïnteresseerden organiseren we nu dezelfde avond een tweede keer.

M.C. Escher was de Nederlandse graficus die water omhoog laat stromen, vogels in vissen verandert en handen elkaar laat tekenen. Hoe kwam Escher erbij om optische illusies te creëren en in zijn kunst te verwerken? Was er iets bijzonders aan de hand met zijn ogen of met het deel van zijn hersenen dat een rol speelt bij het waarnemen van ruimtelijke structuren? Of had hij een andere manier gevonden om onze hersenen voor de gek houden?

Prof. Jan Dirk Blom is bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Leiden en de spreker deze avond. Hij is gefascineerd door hallucinaties, illusies en andere mispercepties. Tijdens de lezing worden beelden van Escher besproken, die men vervolgens zelf in het museum kan bewonderen. De zalen van het museum wordt hiervoor voor ons speciaal geopend! Tenslotte sluiten we af met een gezamenlijk moment om vragen te kunnen stellen.

Wij hopen jullie allemaal te zien op 19 februari in Den Haag!

Adres museum
Escher in het Paleis
Lange Voorhout 74, Den Haag

Programma
Inloop: 19:00 – 19:15
Lezing: 19:15 – 20:00
Museum: 20:00 – 21:00
Afsluiting: 21:00 – 21:25

Kaartverkoop via deze link

> Lees verder


Eat your brain out – 17 en 24 november

29 oktober 2019 BiB Public

Welk effect heeft bepaald voedsel op onze hersenen?

Op 24 november kun je tijdens het eten kennis opdoen over de bovenstaande vraag. In samenwerking met Stichting Brein in Beeld en PhD studenten van Universiteit Utrecht organiseren we een diner met wetenschappelijke toelichting. Tijdens deze avonden gaan sprekers, prof. dr. Jaap Seidell (gedrags- en gezondheidswetenschapper) en dr. Amanda Kiliaan (expert voedingsleer), tussen de gangen door dieper in op het effect van voeding op het functioneren van de hersenen. Vanuit zowel de wetenschap als de maatschappij wordt voeding vaak in verband gebracht met een scala aan psychiatrische of neurologische aandoeningen of juist aan verbeterde hersenfunctie, maar het is dikwijls moeilijk in te schatten wat er nu echt van klopt.

Op 17 november vertelt Amanda Kiliaan tijdens het diner meer over directe effect dat ingrediënten van je maaltijd hebben op de gezondheid van je hersenen. Ze richt zich onder andere op langetermijneffecten en hoe een ouder wordend brein kan lijden of juist baat kan hebben bij sommige soorten voeding.

Op 24 november vertelt Jaap Siedell meer over hoe culturele en maatschappelijke gewoontes onze hersenfunctie, en daarmee ons gedrag, beïnvloeden. Zo legt hij bijvoorbeeld uit waarom de meeste mensen graag pepers of kruiden gebruiken in hun eten, terwijl dat vooralsnog geen evolutionair voordeel lijkt te bieden. Daarnaast behandelen beide sprekers een aantal voedingsmythes om verduidelijking te geven over wat voeding wél of juist niet kan doen voor je brein.

Deuren open: 18.45
Het diner begint om: 19.00

Tickets: €37,50 (inclusief viergangendiner)
Tickets 17 oktober
Tickets 24 oktober

Een vegetarisch diner is mogelijk mits er ruim van tevoren gemaild wordt naar: cafe@deschoolamsterdam.nl

> Lees verder


Verslag van “Beleef het brein van Escher”

14 juni 2019 BiB Public

De banner van Escher in het Paleis - 8 mei 2019

Het Brein en Kunst-team van Brein in Beeld wil het zeer betrokken publiek tijdens de ‘Beleef het brein van Escher’-avond bedanken voor het mede mogelijk maken van deze bijzondere avond. Het was voorafgaand een intensieve fase van voorbereiding, maar op woensdag 8 mei was het dan zover; een fantastische avond met de kunstwerken van Escher in de hoofdrol in samenwerking met het museum ‘Escher in het Paleis’. Het werk van Escher en andere kunstenaars werden als uitgangspunt gebruikt om de neurowetenschappelijke kant van kunst te bestuderen.

Jan Dirk Blom, bijzonder hoogleraar klinische psychopathologie aan de Universiteit Leiden, opende de avond met een lezing. Hierin legde hij uit hoe verschillende hersenaandoeningen, maar ook oogafwijkingen, kunnen resulteren in intrigerende kunstwerken.

Na de lezing was het tijd voor een kijkje in het museum waar veel van Eschers werken te zien zijn. Ook de historie van het museum zelf is zeer interessant om aandacht aan te besteden. Zo werd ons verteld over de bewoners van het Paleis. Het Paleis Lange Voorhout werd vanaf 1901 bewoond door koningin-moeder Emma, de moeder van Koningin Wilhelmina. Onder het genot van een kop koffie of thee werd er honderduit verteld over de interessante lezing en de tentoongestelde werken.

De avond werd afgesloten met vragen uit het publiek.

Het was een succesvolle avond en de interesse was overweldigend. Het team van ‘Brein en Kunst’ van Brein in Beeld wil graag iedereen bedanken die mee heeft geholpen om dit evenement een succes te maken! Met bijzondere dank aan het museum ‘Escher in het Paleis’.

> Lees verder