Kinderen leren we wetenschappelijk denken

Hoe zien hersencellen eruit? Wat is een reflex? Waar in de hersenen worden herinneringen opgeslagen? Benieuwd naar de antwoorden op deze vragen? Een team van hersenwetenschappers komt graag naar jouw school om ze te beantwoorden! BiB Kids 'Hersens op School' is een educatief, interessant en uitdagend lesprogramma voor zowel basisschool leerlingen als scholieren uit het voortgezet onderwijs.

> Meer informatie BiB Scholenprogramma

Wij vertalen wetenschap naar maatschappij

Altijd al meer willen weten over de hersenen en (hersen)wetenschap? Brein in Beeld organiseert lezingen, symposia en scholingen voor iedereen die meer te weten wil komen over dit interessante onderwerp.

> Meer informatie

Nieuws

Artikel: Het brein als grote verbinder

25 augustus 2022 Actueel, Nieuwsbrief

Het brein als grote verbinder

Auteur: Wendelien Bergmans

Samen eten, verjaardagen vieren en samen sporten: sociale activiteiten spelen een belangrijke rol in ons leven en in ons brein. Als deze activiteiten worden ingeperkt, bijvoorbeeld tijdens quarantaine, dan wordt het verlangen daarnaar nog niet minder. Van nature hebben mensen de behoefte om sociaal contact te hebben. 

Die behoefte ontstaat niet zomaar. Waar komt die vandaan en is er een rol voor de hersenen? En wat is het effect van sociaal contact weer op ons lichaam en de hersenen zelf? Brein in Beeld legt het je graag uit, aan de hand van een drietal samenwerkende stofjes in ons brein.

Chemische communicatie

In onze hersenen worden chemische stofjes aangemaakt, die een communicatiemiddel zijn tussen hersencellen. Deze stofjes heten neurotransmitters. Een hersencel kan zo’n neurotransmitter uitscheiden, die zich vervolgens aan receptoren (ontvangers) van een andere hersencel bindt. Deze hersencel stuurt op zijn beurt dit signaal weer door naar de receptoren van de volgende hersencel. Hoe het signaal de ontvangende hersencel beïnvloedt, hangt af van het soort neurotransmitter. De ontvangende hersencel kan namelijk geremd of juist gestimuleerd worden. Een aantal neurotransmitters hebben een centrale rol in ons sociale mensenleven en het is misschien geen toeval dat deze ook een rol spelen bij ons gevoel van geluk.

Knuffelhormonen

Oxytocine, wordt ook wel een knuffelhormoon genoemd. Het is een neurotransmitter die een essentiële rol speelt in sociale relaties en verbinding. Het uitscheiden van oxytocine gebeurt bijvoorbeeld als iemand je aanraakt. Ook andere type interacties tussen mensen kunnen oxytocine verhogen, zolang het contact als positief wordt ervaren. Dit proces zorgt in de hersenen vervolgens tot een gevoel van vertrouwen en verbinding. Bij groepen mensen draagt oxytocine bij aan het groepsgevoel en de sociale samenhang binnen deze groep.

Geluksgevoel-gevers

Er is een neurotransmitter die een gevoel van blijheid geeft: serotonine. Dit stofje beïnvloedt, net als oxytocine, gevoelens van verbondenheid met andere mensen. In het bijzonder neemt serotonine in onze hersenen toe als we ons door onze omgeving gewaardeerd voelen, bijvoorbeeld bij een complimentje van een vriend of vriendin.

Nog zo´n geluksgevoel-gever is de neurotransmitter dopamine. Naast dat dopamine centraal staat in het beloningssysteem van onze hersenen, speelt deze ook een rol bij sociale interactie. Dopamine levels kunnen stijgen wanneer je iets voor een ander doet. Denk daarbij aan de boodschappen verzorgen voor je buurvrouw die slecht ter been is. Daarnaast kan je ook hogere levels dopamine in de hersenen krijgen, wanneer je je aangetrokken voelt tot een ander. Hoewel het aantal onderzoeken nog niet toereikend is, wordt gedacht dat dopamine een essentiële motivator is voor mensen om zich socialer te gedragen.

Stofjes-synergie

De drie genoemde neurotransmitters werken niet in isolatie, maar beïnvloeden elkaar. Een toename in oxytocine, bijvoorbeeld door een knuffel, kan op haar beurt zorgen voor een toename in serotonine en dopamine. Het is dus geen verrassing dat beperkingen in ons sociale leven ons flink kunnen beïnvloeden. Gelukkig zijn er genoeg opties om die neurotransmitters een boost te geven en dat gevoel van verbinding op te wekken. Met elkaar zingen, dansen, lachen en eten helpen om ons te verbinden. Een middel wat voor velen een uitkomst is, videobellen, draagt ook zeker zijn steentje bij. En vergeet ook elkaar vooral niet in de ogen te kijken, want ook dit stimuleert de neurotransmitters.

In de Brein in Beeld podcast ‘Over de kop’ kun je terugluisteren hoe sociale beperkingen tijdens een lockdown effect hebben (https://open.spotify.com/episode/4YlfzhsOvAgeI7sdERpTso?si=9b0128f407204091).

Referentie

  1. Johnson, Z. V., & Young, L. J. (2015). Neurobiological mechanisms of social attachment and pair bonding. Current opinion in behavioral sciences, 3, 38–44.
  2.   Ross, H. E., & Young, L. J. (2009). Oxytocin and the neural mechanisms regulating social cognition and affiliative behavior. Frontiers in neuroendocrinology, 30(4), 534–547.
  3.   Uvnäs-Moberg, K. (1998). Oxytocin may mediate the benefits of positive social interaction and emotions. Psychoneuroendocrinology, 23(8), 819-835.
  4.   Burkman, O. (2018, February 14). Meet ‘Dr love’, the scientist exploring what makes people good or evil. the Guardian. https://www.theguardian.com/science/2012/jul/15/interview-dr-love-paul-zak
  5. Skuse, D. H., & Gallagher, L. (2009). Dopaminergic-neuropeptide interactions in the social brain. Trends in Cognitive Sciences, 13(1), 27-35. 
  6. Insel, T. R., & Winslow, J. T. (1998). Serotonin and neuropeptides in affiliative behaviors. Biological Psychiatry, 44(3), 207-219.
  7. Chowdhury, M. R. (2019, April 9). The neuroscience of gratitude and how it affects anxiety & grief. PositivePsychology.com.
  8.     Atzil, S., Touroutoglou, A., Rudy, T., Salcedo, S., Feldman, R., Hooker, J. M., Dickerson, B. C., Catana, C., & Barrett, L. F. (2017). Dopamine in the medial amygdala network mediates human bonding. Proceedings of the National Academy of Sciences, 114(9), 2361-2366.
  9.   Santos-Longhurst, A. (n.d.). Is there really a “Love hormone”? Healthline. https://www.healthline.com/health/love-hormone#dopamine-and-serotonin
  10. Baskerville, T. A., & Douglas, A. J. (2010). Dopamine and oxytocin interactions underlying behaviors: Potential contributions to behavioral disorders. CNS Neuroscience & Therapeutics, 16(3), e92-e123.
  11. Ziegler, T. E., & Crockford, C. (2017). Neuroendocrine control in social relationships in non-human primates: Field based evidence. Hormones and Behavior, 91, 107-121.
  12. Kreutz, G. (2014). Does singing facilitate social bonding? Music and Medicine, 6(2), 51.
  13. McCluskey, M. (2020, April 10). Why a lack of human touch can be so difficult right now. Time. https://time.com/5817453/coronavirus-human-touch/
  14. Manninen, S., Tuominen, L., Dunbar, R. I., Karjalainen, T., Hirvonen, J., Arponen, E., Hari, R., Jääskeläinen, I. P., Sams, M., & Nummenmaa, L. (2017). Social Laughter triggers endogenous opioid release in humans. The Journal of Neuroscience, 37(25), 6125-6131.
  15. Dunbar, R. I. (2017). Breaking bread: The functions of social eating. Adaptive Human Behavior and Physiology, 3(3), 198-211.
  16. Kim, S., Fonagy, P., Koos, O., Dorsett, K., & Strathearn, L. (2014). Maternal oxytocin response predicts mother-to-infant gaze. Brain Research, 1580, 133-142.

> Lees verder


Artikel: ‘ADHD of gewoon druk?’

15 juli 2022 Actueel, Nieuwsbrief

ADHD of gewoon druk?

(Onterechte) diagnoses komen steeds vaker voor

Auteur: Liana Grobben

The do’s and don’ts van ADHD

Alle dagen heel druk; dat is waar de meeste mensen aan denken bij de afkorting ADHD, wat staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Oftewel een aandachtsstoornis gecombineerd met hyperactiviteit, bestaande uit oa de symptomen: een verminderde focus, slaapproblemen, impulsief gedrag en een afwijkende controle van emoties. Het dagelijks leven van mensen met ADHD wordt hierdoor sterk belemmerd. Zo ervaren ze vaak problemen op school of op het werk, zijn eenvoudige huishoudelijke taken toch lastig en zijn ze motorisch niet alleen druk maar ook wat onhandig, bijvoorbeeld met veters strikken. Sociaal gezien, vinden niet door het stigma van de diagnose.

De diagnose ADHD kan worden gesteld door de huisarts, psycholoog of psychiater. Na het symptomen kan de huisarts zelf de diagnose ADHD stellen of doorsturen voor diagnostisch onderzoek. In dit proces is de diagnose afhankelijk van wat de cliënt vertelt, maar ook van de expertise van de deskundigen. Objectieve metingen om ADHD vast te stellen, zoals een hersenscan, is niet mogelijk. Daarom wordt er gewerkt met gestructureerde vragenlijsten en interviews over het gedrag. De afgelopen vijftien jaar steeg het aantal ADHD-diagnoses drastisch, vooral bij jongeren en kinderen, ook als ze milde symptomen hadden. Opvallend, kregen ook steeds meer meisjes het label. Het fenomeen waarbij diagnoses worden gesteld waar dat eigenlijk niet nodig is, heet overdiagnose.

Met de diagnose stijging nam ook de twijfel over de betrouwbaarheid daarvan toe. In lijn met de marktwerking in de zorg, ontpopten artikel Trouw, 2021) die soms diagnoses binnen één dag beloven. Om hier iets tegen te doen, zijn recentelijk de criteria voor het stellen van ADHD-diagnoses verscherpt. Dit ziet men overigens niet of nauwelijks terug in de cijfers wat betreft overdiagnose.

Apothekers
Er is nog geen remedie voor ADHD, maar er zijn wel therapieën en medicijnen. Die kunnen de chaos in het leven van iemand met ADHD in een wat rustiger vaarwater brengen. Het bekendste medicijn is het merk Ritalin, met het stimulerende stofje methylfenidaat. In het algemeen zorgt het voor een betere concentratie en een rustiger gevoel. Daarentegen zijn er ook vervelende bijwerkingen, zoals een verminderde eetlust, een somber gevoel, problemen met slapen, buik- en/of hoofdpijn en een verhoogde bloeddruk. Het aantal Ritalin-recepten voor kinderen tot achttien jaar is in de afgelopen tien jaar verviervoudigd (Gezondheidsraad, 2014). De beroepsvereniging voor jeugd- en kinderpsychiaters van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie (NVvP) maakte zich in 2014 al grote zorgen over het voorschrijven van Ritalin als een soort van ADHD werd voorgeschreven.

Naast de mogelijke lichamelijke bijwerkingen van ADHD-medicatie, kan een onterechte diagnose allerlei persoonlijke gevolgen gedragsstoornis kan zorgen voor problemen op sociaal, psychologisch en educatief vaak een rol; denken dat je een bepaalde stoornis hebt, kan ervoor zorgen dat je ook daadwerkelijk symptomen van die stoornis ontwikkelt. Die prophecy werkt ook andersom, voor de omgeving zo; een kind heeft het ADHD-label, dús kan het niet aan de ouders of aan school liggen. Het kind moet zich dus anders gedragen. Dit zou je ook kunnen stellen voor onze prestatiegerichte maatschappij, waarin veel van ons als individu wordt verwacht, maar waarin we vaak niet als uniek persoon worden behandeld.

Daarentegen moeten we ons aanpassen aan algemene voorwaarden en vaak ouderwetse systemen (artikel Trouw, 2021).
Iedereen moet zijn of haar bijdrage leveren aan de economie, waarbij goede cijfers, de hoogste opleiding en goede banen het best beloond worden. Is daar nog plaats voor mensen die wat drukker zijn, die zich wat minder goed kunnen concentreren en variatie in gedrag eigenlijk heel normaal is. Waarom worden dan die eigenschappen die voor diversiteit zorgen, bestempeld als afwijkend? Om vervolgens een heel behandelingstraject en medicatietraject in te gaan.

Kortom: als je ADHD puur vanuit de mens bekijkt, hoeft de maatschappij niet te veranderen.

Baby’s met ADHD

Opvallend in de ADHD-diagnostiek is de jonge leeftijd; uit onderzoek blijkt dat de kans op een diagnose groter is voor de jongste kinderen in de klas ten opzichte van oudere kinderen. Dit geeft de indruk dat jonge kinderen meer ADHD-gerelateerde klachten vertonen. De vraag rijst daardoor echter, onder kritische wetenschappers, of deze diagnoses wel terecht zijn? Immers zijn ook veel kenmerken van ADHD typerend voor het normale en spelende gedrag van een kind. Daarbij ontwikkelen de hersenen zich nog door totdat iemand vijfentwintig is. Dit betekent dat ADHD-achtige kenmerken kunnen stabiliseren, zonder interventies als medicijnen. Dit geldt eigenlijk ook voor de steeds vroeger startende wetenschappelijke worden gevolgd waar ze naar kijken en voor hoe lang.

Uit MRI-scans blijkt namelijk dat het babybrein continu ontwikkelt en ook qua qua volume erg snel groeit; de kleine hersenen verdubbelen zelfs de eerste drie maanden en de hersenactiviteit is bijna twee keer zo snel als die van ons. Daarbij is de omgeving waarin het kind opgroeit ook bepalend. De (ethische) vraag is dan ook of je als maatschappij moet consequenties van deze vroegdiagnostiek: onterechte diagnoses.

De vraag rijst of je niet beter kan diagnosticeren als iemand daadwerkelijk last krijgt van ADHD-kenmerken, in plaats van naar psychiatrische klachten bij kinderen te zoeken, die zelf nog niet kunnen aangeven of er echt iets is.

Gewoon ‘Druk en Dwars’

Kritische wetenschappers hebben het project Druk en Dwars (DD) opgezet. Initiatiefnemer is hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, Laura Batstra. DD zet zich in voor kindvriendelijke interventies onoplettend zijn. DD is van mening dat bij druk en dwars gedrag al snel wordt gesproken over ADHD, terwijl die kenmerken er ook kunnen zijn door de ontwikkelingsfase waarin het kind zit, opvoedingszaken, het schoolsysteem, etc. Het project kijkt dan ook verder dan puur naar het kind; het kijkt naar de mogelijke oorzaken van onrustig, impulsief en onoplettend gedrag. Vervolgens richt het zich op het het versterken van de opvoedomgeving van het kind. Dit mes snijdt aan twee kanten; het individuele kind kan opbloeien in een aangepaste leefomgeving en specifieke ADHD-hulp blijft beschikbaar voor kinderen die dat ook echt nodig hebben. Binnen ditzelfde project wordt er ook voorlichting gegeven over mogelijkheden voor vernieuwing in de diagnosestelling. Ze hebben een vijfstappenplan ontworpen, zogenoemde Stepped Diagnosis, waarin zorgvuldig vijf stappen worden doorlopen, zónder DSM-diagnose, namelijk: voorlichting, ouderondersteuning en leerkrachtondersteuning, om het kind én zijn of haar omgeving te ondersteunen. Pas als deze stappen onvoldoende uitwerking hebben, wordt er doorverwezen voor psychiatrische diagnostiek. Hierdoor wordt de kans op onterechte ADHD-diagnose tegengegaan.

> Lees verder


> Meer nieuws