Nieuws

Terugblik op Thought for Food-webinar over de invloed van COVID-19 op ons brein

10 mei 2021 Actueel, BiB Public

Patholoog Paul van der Valk over onrust in het brein na COVID-19: een gevolg van het virus of ons eigen immuunsysteem?

Door: Channah Osinga

In het derde Thought for Food-webinar op 21 april jl., was professor en patholoog Paul van der Valk van het Amsterdam UMC (VUmc) te gast. Hij vertelde ons over hoe onderzoek naar menselijk hersenweefsel in zijn werk gaat en waarom dit onderzoek belangrijk is. Ook gaf hij ons een uniek kijkje in de resultaten van het onderzoek naar hersenweefsels van overleden COVID-19 patiënten, waar Paul en zijn collega’s de afgelopen tijd mee bezig zijn geweest.

Hoe bestudeer je hersenweefsel en waarom is het belangrijk?

Onderzoek naar de hersenen is lastig; de hersenen liggen goed beschermd in de schedel en hersenweefsel is niet iets waarvan je zomaar een stukje van kunt missen. Met beeldvorming (bijvoorbeeld MRI) zijn we de afgelopen jaren steeds meer te weten gekomen over algemene veranderingen in de hersenen bij mensen met verschillende ziektes, zoals veranderingen in hersenactiviteit en groottes van bepaalde hersengebieden. Toch zijn we met deze technieken niet in staat om te achterhalen wat er gebeurt in de hersenen op celniveau. De manier om dit te weten te komen is door het verzamelen van hersenweefsel, ofwel ‘Brain Banking’, bij mensen die hun hersenen ter beschikking hebben gesteld aan de wetenschap. De hersenen worden dan na het overlijden uitgenomen door een patholoog en specifieke gebieden kunnen worden onderzocht. Om dit hersenweefsel onder de microscoop te bekijken, moet het weefsel eerst gefixeerd worden om verderf tegen te gaan, daarna wordt het vastgezet in kaarsvet (paraffine) om het in dunne plakjes te kunnen snijden (5 micrometer, ofwel 0.005 millimeter).

Het belang van ‘Brain Banking’

Bij het VUmc hebben ze al veel ervaring met deze microscopie technieken. Zo zijn Paul en zijn collega’s al meer te weten gekomen over Multiple Sclerose (MS), een chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). Nu passen ze dezelfde technieken toe bij hersenweefsel van mensen die overleden zijn aan COVID-19. Er is namelijk al bekend dat COVID-19 schadelijk kan zijn voor diverse organen, zoals de luchtwegen en de longen (Menter et al., 2020), maar Paul en zijn onderzoeksteam hebben nu, net als een aantal andere onderzoekers (Ahmad et al., 2020; Verma et al.,2020; Wu et al., 2020), ook gevonden dat COVID-19 onrust kan veroorzaken in de hersenen (Schurink et al., 2020). Anders dan bij MS, is COVID-19 een geheel nieuwe ziekte. Er moest veel hersenweefsel verzameld worden, omdat onbekend was waar ze eventuele afwijkingen zouden vinden. De hersenbank heeft uiteindelijk over de gehele hersenenweefsel kunnen verzamelen: van de reukzenuw tot aan het ruggenmerg.

Vreemde indringers in de hersenen

Paul en zijn collega’s kleurden het verzamelde weefsel eerst met de standaard kleuring, Hematoxyline – Eosine. Deze kleuring zorgt ervoor dat structuren in het weefsel paarsblauw en roze oplichten waarmee afwijkingen goed zichtbaar worden onder de microscoop. Maar tot hun verbazing waren er nauwelijks of geen afwijkingen zichtbaar bij overleden COVID-19 patiënten. Dit leek te mooi om waar te zijn, want hoe zijn al de hersen-gerelateerde klachten van mensen met COVID-19 dan te verklaren? Paul en zijn collega’s lieten het hier niet bij zitten. Ze verrichtten een tweede beoordeling met meer geavanceerde kleuringen. En wat bleek? Na weefsels uit verschillende delen van het brein te hebben gekleurd met een kleuring voor afweercellen (T-lymfocyten), lichtte de hersencoupes helemaal op onder de microscoop. Dit betekent dat er veel afweercellen waren waargenomen, verspreid door de hele hersenen en het ruggenmerg. Terwijl deze afweercellen normaal helemaal niet in de hersenen aanwezig zijn en niet zichtbaar zijn op een standaard kleuring. Daarnaast vonden ze een enorme activatie van andere soort afweercellen: de microglia. Microglia worden ook wel de Pac-Mans (van het klassieke computerspel) van het lichaam genoemd, aangezien deze cellen indringers opeten om te voorkomen dat het weefsel beschadigt. Deze enorme activatie is nog nooit eerder gezien bij andere virussen, zoals het influenza virus.

Boosdoener: COVID-19 virus of ons eigen immuunsysteem?

Wat de precieze relatie is tussen COVID-19 en de activatie van het afweersysteem in de hersenen is nog allerminst duidelijk. Paul en zijn collega’s hebben namelijk in geen van de hersenweefsels van overleden COVID-19 patiënten virusdeeltjes gevonden. Ook vonden ze minder hersenafwijkingen in de weefsels van patiënten die tijdens de tweede coronagolf zijn overleden. Deze patiënten kregen, in tegenstelling tot de patiënten die ziek werden tijdens de eerste coronagolf, veelal het afweerremmende middel dexamethason toegediend. Dit lijkt tegenstrijdig en roept de vraag op of de afwijkingen in de hersenen worden veroorzaakt door het virus zelf, of dat het virus ons eigen afweersysteem op hol laat slaan. Het precieze mechanisme achter het effect van COVID-19 op de hersenen én de lange-termijn effecten? Dat zal de toekomst leren.

Paul sloot gelukkig af met een geruststellend advies:

Tot nu toe hebben we alleen nog de hersenen van overleden patiënten onderzocht, dus zijn we enkel iets meer te weten gekomen over het slechtst mogelijke scenario. Ik denk dan ook dat je niet te lang stil moet staan bij de mogelijke schadelijke effecten van COVID-19 op het brein, als je de effecten ervan zelf niet opmerkt.

Referenties

Ahmad, I., & Rathore, F. A. (2020). Neurological manifestations and complications of COVID-19: A literature review. Journal of Clinical Neuroscience

Menter, T., Haslbauer, J. D., Nienhold, R., Savic, S., Hopfer, H., Deigendesch, N., … & Tzankov, A. (2020). Postmortem examination of COVID‐19 patients reveals diffuse alveolar damage with severe capillary congestion and variegated findings in lungs and other organs suggesting vascular dysfunction. Histopathology, 77(2), 198-209.

Schurink, B., Roos, E., Radonic, T., Barbe, E., Bouman, C. S., de Boer, H. H., … & Bugiani, M. (2020). Viral presence and immunopathology in patients with lethal COVID-19: a prospective autopsy cohort study. The Lancet Microbe, 1(7), e290-e299.

Verma, K., Amitabh, Prasad, D. N., Kumar, B., & Kohli, E. (2020). Brain and COVID-19 crosstalk: pathophysiological and psychological manifestations. ACS chemical neuroscience, 11(20), 3194-3203.

Wu, Y., Xu, X., Chen, Z., Duan, J., Hashimoto, K., Yang, L., … & Yang, C. (2020). Nervous system involvement after infection with COVID-19 and other coronaviruses. Brain, behavior, and immunity, 87, 18-22.

Over de auteur

Channah Osinga is een derdejaars student Psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is vooral geïnteresseerd in de neurobiologische mechanismen die ten grondslag liggen aan hersenaandoeningen. Ze is zich nu aan het oriënteren voor een onderzoeksmaster in deze richting. Haar doel is om na de bachelor nog meer te weten te komen over de complexiteit van het brein.

Aankondiging volgende Thought for Food:

Met deze derde Thought for Food is het drieluik over de effecten van COVID-19 op ons slaapritme, welbevinden, en onze hersenen afgesloten. In mei zijn we weer bij jullie terug met een nieuwe interessante webinar waarin psychiater Sisco van Veen meer over depressie en ethische kwesties binnen de psychiatrie gaat vertellen. Houd 26 mei (12:15-13:00) vrij voor de volgende Thought for food lunch webinar!

 

> Lees verder


Onrust in het brein na COVID-19

16 april 2021 Actueel, BiB Public, In de media

Een gevolg van het coronavirus of ons eigen immuunsysteem?

Na twee succesvolle Thought for Food webinars keert Brein in Beeld op woensdag 21 april terug met de volgende webinar: “Onrust in het brein na COVID-19: een gevolg van het coronavirus of ons eigen immuunsysteem?”.

Professor en patholoog Paul van der Valk zal ons meenemen in het onderzoek dat hij en zijn team doen en hoe zij in samenwerking met de hersenbank een poging hebben gedaan om meer te leren over COVID-19 en het brein. We krijgen bij de webinar een uniek kijkje in hoe er wordt samengewerkt met de Nederlandse hersenbank om onderzoek te doen naar menselijk hersenweefsel. Waarom en hoe wordt menselijk hersenweefsel verzameld? Tegen wat voor problemen kan je hierbij aanlopen en welke technieken worden er gebruikt om het verkregen hersenweefsel te onderzoeken? Al deze vragen zullen aan bod komen in de webinar, super spannend dus!

De sessie zal worden gemodereerd door Hanneke Hulst en gedurende de webinar is er genoeg ruimte om al je vragen over dit spannende onderwerp te stellen via de chat.

Meld je aan via het inschrijfformulier: https://forms.gle/H8cpJyfz7FXQcZdeA

Wanneer? Woensdag 21 april van 12.15-13.00 uur

Wie? Professor en patholoog Paul van der Valk

Wat? Interactieve live webinar tijdens je lunchuur!

Flyer -Thought for Food 3

> Lees verder


Terugblik op Thought for Food-webinar over geluk

8 april 2021 Actueel, BiB Public

Geluksprofessor Meike Bartels over hoe het met ons gaat na één jaar pandemie

Door: Femke Verburg

In het tweede Thought for Food-webinar op 17 maart jl., was geluksprofessor Meike Bartels te gast. Zij vertelde over ons welbevinden in deze crisistijd, hoe gelukkig of ongelukkig we zijn, en wat de relatie is tussen geluk en onze genen. Vragen die centraal stonden tijdens het webinar, waren bijvoorbeeld: waar wordt gelukkig zijn door bepaald en wat heeft de pandemie voor invloed gehad op ons welbevinden? Om ons weer een duwtje in de goede richting te geven, sloot Meike af met een aantal geluksadviezen.

Hoe bestudeer je geluk?

De fascinatie van Meike Bartels voor geluk is ontstaan toen ze aan het einde van haar promotie onderzoek deed naar de oorzaken van verschillen in gedragsproblemen en cognitie bij kinderen. Terwijl ze haar proefschrift aan het afronden was, begon ze zich steeds meer af te vragen hoe het zit met de grote groep jongeren die juist géén problemen vertoont. Ze besefte dat naast het deel van de Nederlandse bevolking dat kampt met mentale gezondheidsklachten, of risico heeft op het ontwikkelen daarvan, we ook moeten beseffen dat het met de meerderheid van de mensen goed gaat. Haar gedachte was dan ook: focus op deze meerderheid die zich gelukkig voelt en met wie het goed gaat. Door te leren van de mensen waarmee het goed gaat, kunnen patiënten met mentale problemen juist weer geholpen worden. Sindsdien is Meike in de wetenschap van geluk geboeid geraakt en gebleven. Haar focus op ‘gelukkige’ mensen, mensen met wie het juist goed gaat, is nog steeds belangrijk in haar onderzoek. Door te begrijpen waarom mensen gelukkig zijn, hoopt zij bij te kunnen dragen aan een hoger welbevinden van mensen, wat ook weer bijdraagt aan een gelukkigere maatschappij, waarin mensen goed kunnen functioneren, met een goede gezondheid en sterk sociaal netwerk.

Waarom is de ene persoon gelukkiger dan de andere?

Wetenschappers maken vaak gebruik van tweelingen om te bestuderen wat de invloed is van genen en omgevingsfactoren op bepaalde eigenschappen. Tweelingen zijn als onderzoeksparticipanten zeer geschikt, omdat eeneiige tweelingen genetisch identiek zijn, terwijl twee-eiige tweelingen maar vijftig procent van hun DNA delen (net als ‘gewone’ broers en zussen). Hierdoor kunnen de verschillen tussen genen en omgevingsfactoren goed onderzocht worden. Zo heeft een onderzoeksgroep in Amerika onderzoek gedaan naar geluk bij eeneiige tweelingen, die apart van elkaar zijn opgegroeid (Tellegen et al., 1988).

De vraag die zij zich stelden, was in hoeverre je op elkaar lijkt als je genetisch identiek bent, maar elkaar nog nooit hebt gezien. Dit onderzoek wees uit dat eeneiige tweelingen, die elkaar niet kenden, meer op elkaar lijken qua geluksgevoel dan twee-eiige tweelingen die samen zijn opgegroeid. Dit is een sterk bewijs van de invloed van genen op geluk. Verschillende studies tonen aan dat 40% van de verschillen tussen mensen in geluksgevoel komt door genetische aanleg en 60% van de verschillen door omgevingsinvloeden. Dit gaat niet over het individu, maar om de verschillen tússen mensen. Kortom, de ene persoon heeft een goede genetische aanleg en gunstige omgevingsfactoren voor het ontwikkelen van geluk vergeleken met een ander persoon (Bartels & Boomsma, 2009; Bartels, 2015; Nes & Roysamb, 2015).

Waar op het DNA en in het brein zit geluk?

Door een biologische verklaring te zoeken voor verschillen in ervaringen van geluk, is het wellicht mogelijk om mensen effectiever middels medicatie te helpen als ze zich langdurig ongelukkig blijven voelen. Daarvoor is het voor geluksonderzoekers van belang om te weten welke genen (in relatie tot het brein) een rol spelen bij geluk. Meike en haar collega’s hebben ruim driehonderd locaties in het brein gevonden, die significant gelinkt zijn aan het geluksgevoel, verspreid over alle chromosomen (Baselmans et al., 2019). Een onderdeel van de hippocampus, belangrijk voor opslaan van informatie in het geheugen, het subiculum, blijkt ook de hersenstructuur waar de meeste ‘geluksgenen’ actief zijn.

Deze bevinding is niet geheel verrassend, gezien de hippocampus ook een rol speelt bij depressie. Naast de rol van genen, richten de geluksonderzoekers zich óók op omgevingsfactoren die van invloed zijn op geluk. Vooralsnog hebben de onderzoekers gevonden dat ‘veiligheid van de directe woonomgeving’ een belangrijke factor is die het welbevinden van het individu bepaalt. Een fijne bijkomstigheid is dat je dit ook echt zou kunnen verbeteren door samen met bijvoorbeeld gemeenten te bekijken hoe de veiligheid in buurten of wijken kan worden verhoogd.

Wat is de invloed van de coronacrisi op ons geluksgevoel?

Toen de corona pandemie uitbrak, heeft het onderzoeksteam van Meike een vragenlijst opgesteld om te onderzoeken wat het gevolg is van de pandemie op het welbevinden van meer dan 6000 volwassenen. Het onderzoek loopt nog, maar er zijn nu al opvallende resultaten gevonden in de beleving van geluk tijdens de verschillende fases van de pandemie. Zo bleek dat bepaalde subgroepen zich tijdens de pandemie beduidend slechter voelden. Er was sprake van 20% minder optimisme, 15% minder zingeving en een afname van 50% in de kwaliteit van leven. De negatieve gevolgen van de pandemie zijn het sterkst bevonden voor vrouwen en hoog opgeleide mensen, bijvoorbeeld doordat vrouwen toch vaker met huishoudelijke taken en de zorg voor de kinderen kwamen te zitten.
Gelukkig bleek 60% van de populatie stabiel te scoren op het gebied van optimisme, zingeving en de waardering van de eigen gezondheid. “Hieruit spreekt veerkracht bij mensen”, benadrukte Meike Bartels tijdens deze tweede ‘Thought for Foord’ sessie. Daarbij zijn er ook mensen die zich juist gelukkiger zijn gaan voelen tijdens de coronapandemie. Óók deze gegevens zijn erg interessant en leerzaam voor het onderzoek.

Over het algemeen laat het onderzoek zien dat er tijdens de pandemie meer omgevingsfactoren bij zijn gekomen die het verschil in geluk tussen mensen kunnen verklaren. Doordat mensen zo verschillend zijn, is dit voor sommigen negatief uitgevallen, maar heeft dit voor anderen juist positief uitgepakt. Bij een vergelijkbaar onderzoek bij kinderen en jongeren wordt een soortgelijk beeld gevonden. Er is wel degelijk een stijging van problematiek in bepaalde groepen, die we op korte en lange termijn zullen terugzien in de maatschappij. Maar een grote groep is juist heel veerkrachtig en dat is natuurlijk hoopgevend.

Geluksadviezen van Meike Bartels

  • Count your blessings: Neem iedere dag even de tijd om op te schrijven wat er goed ging vandaag, wat er goed gaat in je leven en wat je allemaal wél (in plaats van niét) hebt.
  • Practicing optimism: Probeer het gesprek dat je over de dag voert met vrienden en familie om te zetten in een optimistisch daglicht. Wat was het leukste moment van vandaag? Waar heb je het hardst om gelachen? Wat was het minst leuke moment, maar wat heb je ervan geleerd?

Disclaimer: Dit werkt niet voor iedereen, omdat we allemaal verschillend zijn. Soms moet je je tactiek aanpassen naar wat voor jou werkt. Probeer het, maar stop ook als het op dat moment niet lukt. Over het algemeen kunnen yoga, buiten zijn en sporten goed helpen om gelukkiger te zijn, maar blijf dicht bij jezelf. Doe wat bij jou past.

Over de auteur

Femke Verburg studeert Neurowetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en combineert haar studie met het Philosophy in Neurosciences programma, ook aan de VU. Haar passie en enthousiasme voor de neurowetenschap wil zij inzetten om haar kennis te delen met een breder publiek.

Houd 21 april vrij voor de volgende Thought for food lunchseminar!

Referenties

Bartels, M. (2015). Genetics of Wellbeing and Its Components Satisfaction with Life, Happiness, and Quality of Life: A Review and Meta-analysis of Heritability Studies. Behavior Genetics 45,137–156.

Bartels M, Boomsma DI. (2009). Born to be happy? The etiology of subjective well-being. Behavior Genetics, 39(6), 605-15.

Baselmans BML, Jansen R, Ip HF, van Dongen J, Abdellaoui A, van de Weijer MP, Bao Y, Smart M, Kumari M, Willemsen G, Hottenga JJ; BIOS consortium; Social Science Genetic Association Consortium, Boomsma DI, de Geus EJC, Nivard MG, Bartels M. (2019). Multivariate genome-wide analyses of the well-being spectrum. Nature Genetics, 51(3):445-451.

Røysamb,  E.,  &  Nes,  R.  B.  (2018).  The  genetics  of  wellbeing.  In  E.  Diener,  S.  Oishi,  &  L.  Tay

(Eds.), Handbook of well-being.

Røysamb,  E.,  &  Nes,  R.  B.  (2018).  The  genetics  of  wellbeing.  In  E.  Diener,  S.  Oishi,  &  L.  Tay

(Eds.), Handbook of well-being.

Røysamb, E., & Nes, R. B. (2018). The genetics of wellbeing. Handbook of well-being.

Tellegen, A., Lykken, D. T., Bouchard, T. J., Wilcox, K. J., Segal, N. L., & Rich, S. (1988). Personality similarity in twins reared apart and together. Journal of Personality and Social Psychology, 54(6), 1031–1039.  

> Lees verder


Eerste nieuwsbrief

15 maart 2021 Nieuwsbrief

Onze eerste nieuwsbrief is een feit! BiB heeft jou gemist; als onze luisteraar, bezoeker, volger en vriend. Eigenlijk hoopten wij dat dat andersom ook een beetje zo is. Daarom hebben wij in februari onze eerste Thought for Food webinar uitgezonden over het belang van slaap in deze pandemie. En, wat bleek? Jullie hebben ons ook gemist! Aangemoedigd door de vele live bezoekers en de honderden mensen die het webinar hebben teruggekeken, kunnen we zeggen: BiB doet weer mee!

Om te beginnen met deze nieuwsbrief als aftrap van de Brain Awareness Week én de week waarin
wij naar het stemhokje moeten. Wil je bijvoorbeeld weten hoe je hersenen keuzes maken? Of waarom de coronatijd is als een snelkookpan voor eetstoornissen? Of hoe het brein opveert van een warme knuffel?

Wil je in het vervolg de nieuwsbrief in je inbox ontvangen? Meld je dan hier aan!

> Lees verder


Eerste Brein in Beeld-webinar – ‘Thought for food’- groot succes

11 maart 2021 Geen categorie

Een terugblik op het thema: ‘slapend de lockdown door: goed voor je brein?’

Door: Wendelien Bergmans

Slaapprofessor Ysbrand van der Werf (afdeling Anatomie en Neurowetenschappen, Amsterdam UMC (VUmc) had op 24 februari jl. de primeur van  de eerste ‘Thought for Food’; een serie online lunchlezingen verzorgd door Brein in Beeld (BiB). Hij sprak over de basisprincipes voor een (goede) slaap en dat dit tijdens de huidige corona-crisis extra belangrijk is. Ook lichtte hij een tipje van de sluier over spannend onderzoek dat Amsterdam UMC uitvoert rondom slaap en COVID-19. Hij kwam tijdens het webinar niet meer toe aan de veelgevraagde slaapadviezen, maar heeft deze na afloop met BiB gedeeld. Deze willen we je natuurlijk niet onthouden en vind je onderaan dit bericht.

Slaap en de hersenen

Slaaponderzoekers onderscheiden drie belangrijke stadia in het verschil tussen wakker zijn en slapen: wakkere staat, REM-slaap en diepe slaap (ook wel de non-REM-slaap). Als we wakker zijn, zijn we fysiek actief en hebben we snelle hersenactiviteit. Dat wil zeggen dat onze hersencellen snel en veel met elkaar communiceren. Tijdens de diepe slaap is dat precies andersom; we zijn fysiek inactief en hebben een langzame hersenactiviteit. Tijdens de REM-slaap, ook wel de droomslaap genoemd, gebeurt er iets bijzonders. Er is dan sprake van een snelle hersenactiviteit en ondanks de gesloten oogleden, maken onze ogen snelle bewegingen. De hypothalamus en de hersenstam werken samen om de hersenen in de verschillende stadia van slaap te krijgen. Die samenwerking zorgt er min of meer voor dat de thalamus aan of uit wordt gezet. De thalamus bedient vervolgens de cortex (buitenste schors) van de hersenen. Het samenspel tussen hersenstam, hypothalamus, thalamus en de cortex bepaalt in welke toestand onze hersenen zich bevinden: slaap of waak.

Functies van slaap

Slapen is belangrijk. Het helpt lichaam en geest bij het herstellen van onze actieve wakkere staat, het besparen van energie en de regulatie van cognitieve en emotionele functies. Een andere belangrijke functie van je slaap, zeker tijdens de huidige pandemie, is helpen bij het onderhouden van het immuunsysteem. Tijdens de slaap is er een kleine opleving van het immuunsysteem gevolgd door een uitdoving. Deze toename en afname van activiteit lijkt onder andere belangrijk voor het in toom houden van auto-immuunziektes.

Momenteel wordt in het Amsterdam UMC gekeken naar de hersenen van mensen die zijn overleden aan de gevolgen van COVID-19. Zo hopen wetenschappers te kunnen achterhalen hoe een corona-infectie en de bijbehorende slaap- en vermoeidheidsklachten aan elkaar zijn gelinkt. Om dat te onderzoeken kan je bijvoorbeeld kijken naar de ernst van de COVID-infectie in het lichaam, de aanwezigheid van het virus in de hersenen en of het virus meer aanwezig is in delen van de hersenen die bij slaap zijn betrokken.

Gezonde slaap (tijdens de corona-crisis)

Wanneer spreken we van een goede nachtrust? Niet elk persoon heeft evenveel slaap nodig. Gemiddeld hebben mensen zeven en een half uur slaap nodig, maar sommige mensen hebben voldoende aan vijf uur slaap en een ander heeft juist meer dan negen uur slaap nodig. Het is belangrijk dat de slaap niet gefragmenteerd is. Dat wil zeggen; aaneengesloten slaap zonder constante onderbrekingen.

Merk je dat je minder goed bent gaan slapen sinds Corona de wereld op z’n kop heeft gezet? Hier vier tips van Ysbrand om optimaal te slapen tijdens corona.

  • Zoek in deze periode uit hoeveel slaap je nodig hebt: hoelang lig je in bed zonder dat de slaap onderbroken wordt?
  • Onthoud: de beste slaap heeft geenlangdurige onderbrekingen. Lig niet te lang in bed!
  • Zet een wekker: slaap gedijt het best bij een vast ritme en vaste bedtijden. Ook in de weekenden!
  • “Keep it easy on the coffee”, vooral na de lunch. En wat betreft alcohol: het ‘slaapmutsje’ helpt wel om in slaap te vallen, maar je slaapt lichter, oppervlakkiger en de slaap is minder rustgevend.
  • Zorg voor lichaamsbeweging en blootstelling aan buitenlicht overdag, maar de laatste paar uur voor je bedtijd niet meer teveel inspanning en licht (denk ook aan tablets, laptops en telefoons).

En tot slot: als je een goeie slaper bent: doe wat je wilt! Niet iedereen hoeft strakke ritmes aan te houden, alcohol te stoppen, of ‘s avonds te stoppen met youtuben. Daarentegen, als je slecht slaapt, volg dan bovenstaande tips; als die niet helpen, vraag dan je huisarts om een verwijzing naar een slaapexpert.

Wil je het hele webinar nog eens terugkijken? Dit kan via: Thought For Food – YouTube

Heb je behoefte aan meer Thought for Food? Op 17 maart zal Geluksprofessor Meike Bartels tijdens de lunch van alles vertellen over geluk en somberheid tijdens deze pandemie!

> Lees verder


Thought for food: webinars voor tijdens de lunch!

16 februari 2021 Actueel, BiB Public

De eerste webinar start 24 februari om 12.15: https://www.youtube.com/channel/UC-lkkpk4H2vmdf6tFu-sTCQ/live


Veel mensen ervaren effecten van de huidige pandemie en wederkerende lockdowns. Gewoontes raken verloren en nieuwe worden gemaakt, men slaapt anders, en de gezonde leefstijl heeft misschien wat in moeten leveren. Dat we in deze tijd meer stress ervaren en een gevoel van productiviteit missen is dan ook niet gek. Hoewel de een het wat moeilijker heeft, zijn er andere die juist floreren in tijden met minder sociaal contact! Maar: hoe zit dat nu precies in de hersenen? En kunnen we kennis over het brein gebruiken om genoemde effecten te begrijpen en onszelf weerbaarder te maken voor de effecten die we liever niet ervaren?

In een reeks lunch-webinars komen hersenonderzoekers aan het woord om samen met u op zoek te gaan naar antwoorden op deze vragen. Ieder van hen zal tijdens een eigen livestream vanuit hun expertise op de pandemie effecten reflecteren. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn bijvoorbeeld slaap of sociaal contact tijdens een lockdown.

We trappen af op 24 februari, 12:15-13:00 met professor Ysbrand van der Werf. Hij zal ons vertellen over de relatie tussen slaap en stress, en over slaap en ontvankelijkheid voor virusinfecties!

Kijkt u mee? Aanmelden kan via: https://forms.gle/wMopHBLsbJd3bFnV7

Als de lunchpauze niet goed uitkomt, u kunt de sessie op een later moment nog eens rustig terugkijken op de website van Brein in Beeld:
https://www.breininbeeld.org/webinars

> Lees verder


Stress-les in corona-tijd

27 december 2020 Actueel, BiB Public

Hoe stress-stofjes ons lijf, brein en lijden beïnvloeden
Facemask in christmastree

Aangescherpte maatregelen waarin social distancing, corona-testen en quarantaine centraal staan. De COVID-19 pandemie raakt ons direct of indirect allemaal. De fysieke, mentale en maatschappelijke consequenties hebben voor veel mensen één ding gemeen: stress. Daarom een mini stress-les, om wat meer ‘stressless’ door deze soms nare periode te komen.

Wat is stress?
Het definiëren van stress is niet makkelijk. Als we de definitie van stress opzoeken in de Dikke van Dale dan staat er ‘aanhoudende geestelijke druk’ (1). Op zich klopt deze beschrijving, maar het omvat alleen niet de biologische aspecten van stress. Een meer biologische omschrijving zou stellen dat als iemand een negatieve ervaring heeft, ‘de prikkel’ zorgt voor een lichamelijke verandering; er ontstaat spierspanning in ons lijf. Ook de beleving van controle speelt een rol, namelijk of je het idee hebt dat je genoeg controle hebt over wat er gebeurt (2). Samen zorgen deze factoren ervoor dat er stress ontstaat. Of een stimulus als negatief of positief wordt ervaren, verschilt per persoon. Zo zal een persoon die gewend is om voor een publiek te staan en die daarbij controle heeft over bijbehorende prikkels, bijvoorbeeld stilte in de zaal, minder of geen podiumangst hebben dan iemand die niet gewend is om op een podium te staan.

Van het zenuwstelsel naar de bijnieren
Stress in ons lichaam wordt aangestuurd door ons zenuwstelsel; het sympathisch zenuwstelsel, wat ervoor zorgt dat er energie in ons lichaam vrijkomt (3). Stel je voor: je staat op het treinstation en iemand pakt je tas af. Door de schrik wordt het sympathisch zenuwstelsel geactiveerd; je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt en de hoeveelheid glucose in het bloed neemt toe. Ook wordt er een signaal naar de bijnieren gestuurd, die vervolgens adrenaline uitscheiden (2). Een toename van adrenaline in je bloed bereidt je lichaam voor op actie. Dit is van essentieel belang voor de bekende fight or flight reactie (4), de directe reactie op een spannende of stressvolle situatie (2).

Vechten of vluchten
Op het moment dat je tas is afgepakt, krijg je een rush van adrenaline. In alle gevallen van een schrikreactie bereid adrenaline je voor op één van de volgende reacties: je kan terugvechten (fight) en je tas terugpakken, je kan van angst ‘bevriezen’ (freeze) of doordat je bang wordt van de betreffende dief zet je het op een rennen (flight). Dat is niet het enige wat het sympathisch zenuwstelsel doet in een stressvolle situatie; het stuurt ook een signaal naar de hersenen, waar de hypothalamus op reageert. Dit gebiedje reguleert het autonome zenuwstelsel en het hormoonstelsel; het stuurt een signaal naar de hypofyse, een klier aan de voorkant van je hersenen die hormonen uitscheidt. Deze stuurt weer een signaal naar de bijnieren, zodat het hormoon cortisol vrijkomt. De vrijgekomen stofjes adrenaline en cortisol zorgen er samen voor dat het lichaam prioriteiten stelt en dat energie wordt vrijgemaakt voor de organen die we in een stressvolle situatie het hardst nodig hebben. Dit kan bijvoorbeeld energie zijn voor je spieren zodat je weg kan rennen. Als het gevaar is geweken, dan dalen de niveaus van adrenaline en cortisol weer en schakelt het lichaam weer terug naar de oorspronkelijke afstemming. Dit netwerk van de hypothalamus, hypofyse en bijnieren wordt de HPA-as genoemd, van het Engelse hypothalamus-pituitary-adrenal glands (2).

Acute versus langdurige stress
In sommige gevallen is stress niet acuut, maar kan het langdurig aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan langdurig conflict met je partner, een lange tijd werkloos zijn of het juist extra druk hebben op het werk. Dit zijn allemaal mogelijke gevolgen van de COVID-19 pandemie(5). In deze gevallen kunnen mensen voor een langere tijd stress ervaren; chronische stress. De stressreactie van zowel onze hersenen en het lichaam kunnen dan nadelige effecten hebben op ons slaappatroon, de voedselvertering, immuunsysteem, hart en onze emoties (6). De langdurige stress houdt ons zenuwstelsel in de zogenaamde ´stress stand’. Hierdoor blijft het lichaam cortisol aanmaken en ontstaat er een (te) hoog gehalte van cortisol in het lichaam. Als dit te lang aanhoudt, dan schaadt cortisol de hersenen. Zo lijkt uit enkele stress onderzoeken dat zelfs het aantal hersencellen en hersenvolume kan verminderen. Daarbij lijkt het (cognitief) functioneren beïnvloed te worden (7), zoals het geheugen(8).

Ook is er onderzoek gedaan met muizen dat laat zien dat de structuur en functie van verschillende hersengebieden kan worden aangepast door chronische stress. Dit geeft inzicht in hoe stress kan bijdragen aan stress-gerelateerde aandoeningen zoals cognitieve disfunctie en depressie (2); verhoogde levels cortisol worden ook gezien bij mensen met een depressie.

Stress verminderen met sport en mindfulness
Het is van groot belang voor het menselijke lichaam om langdurige stress te voorkomen of te verminderen. Uit onderzoek blijkt dat je daarvoor een paar dingen kan doen. Eén daarvan is fysieke activiteit, zoals bewegen of sporten (9). Dan produceren onze hersenen bepaalde stofjes; endorfines. Deze werken verdovend en zorgen voor een goed gevoel door de ontspannende werking ervan (10). Daarnaast zorgt beweging ook voor een vermindering van stresshormonen zoals cortisol en adrenaline (11). Kortom, met sport verminder je stresshormonen en verhoog je een ontspannend hormoon.

Een ander anti-stress middel dat zeer populair is geworden, is mindfulness. Deze vorm van ‘stilstaan in het hier en nu’ betekent dat je bewust bent van je omgeving en aanwezig bent in het heden. Dit omvat ook je gedachten en het accepteren van je gevoelens. Voor alle doelgroepen is er wel een cursus; voor kinderen, ouderen of zwangere vrouwen. Naast cursussen zijn er ook speciale apps, boeken en coaches. Ook wetenschappers doen onderzoek naar het effect van mindfulness, zoals de relatie met stress. Er zijn een aantal onderzoeken die aantonen dat mindfulness een positieve invloed heeft op (chronische) stress. Een aantal studies lieten zien dat na het beoefenen van mindfulness cortisol in het lichaam afnam (12). Mindfulness lijkt ook te helpen bij angst, depressie en pijn (13).

Er zijn dus zowel psychische als biologische factoren die samen het hele plaatje van stress schetsen. In stress die lang aanhoudt schuilt een gevaar, want chronische stress is niet gezond.

En lang aanhoudende stressoren zijn er genoeg met de COVID-19 pandemie. Gelukkig zijn er ook nog manieren binnen handbereik om hier beter mee om te kunnen gaan en ons lichaam uit die ‘stress stand’ te halen.

Over de auteur
Wendelien Bergmans begon haar studie psychobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar bachelor werd haar interesse voor de hersenwetenschappen, voornamelijk richting de neuropathologie en onderzoek op micro- en moleculair level. Hierna studeerde ze verder met de master neurobiologie waar in haar onderzoeksprojecten altijd een immunologisch aspect te vinden was. Wendelien gelooft in het belang van het communiceren van wetenschap naar iedereen in de maatschappij.

 

Referenties:

  1. Van Dale. (n.d.). Retrieved from https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/STRESS
  2. Nelson, R., 2011. An Introduction To Behavioral Endocrinology. 4th ed. Sunderland: Sinauer Associates, pp.581-591.
  3. https://www.apa.org. 2018. Stress Effects On The Body: Nervous System. Retrieved from https://www.apa.org/helpcenter/stress/effects-nervous
  4. Cafasso, J. (2005, December 29). Adrenaline Rush: Everything You Should Know. Retrieved from https://www.healthline.com/health/adrenaline-rush
  5. Heisz, J.J. & Marashi, M. (2020, May 21). The chronic stress of coronavirus is affecting your mental health. Here’s how exercise can help. Retrieved from https://theconversation.com/the-chronic-stress-of-coronavirus-is-affecting-your-mental-health-heres-how-exercise-can-help-137963
  6. 5 Things You Should Know About Stress. (n.d.). Retrieved from https://www.nimh.nih.gov/health/publications/stress/index.shtml
  7. Bernstein, R. (2016, July 26). The Mind and Mental Health: How Stress Affects the Brain. Retrieved from https://www.tuw.edu/health/how-stress-affects-the-brain/
  8. Cohut, M. (2018, October 25). How does stress affect the brain? Retrieved from https://www.medicalnewstoday.com/articles/323445
  9. Physical Activity Reduces Stress. (n.d.). Retrieved from https://adaa.org/understanding-anxiety/related-illnesses/other-related-conditions/stress/physical-activity-reduces-st
  10. Madell, R. (2004, August 13). Exercise as Stress Relief. Retrieved from https://www.healthline.com/health/heart-disease/exercise-stress-relief
  11. Exercising to relax. (2011, February). Retrieved from https://www.health.harvard.edu/staying-healthy/exercising-to-relax
  12. Garland, E. L., Hanley, A. W., Baker, A. K., & Howard, M. O. (2017). Biobehavioral Mechanisms of Mindfulness as a Treatment for Chronic Stress: An RDoC Perspective. Chronic Stress.
  13. Goyal M, Singh S, Sibinga EMS, et al. Meditation Programs for Psychological Stress and Well-being: A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Intern Med.2014;174(3):357–368.

 

> Lees verder


Het Alice in Wonderland syndroom

20 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

‘Drink mij’ stond er met mooie, grote letters op gedrukt. […] ‘Wat een gek gevoel!’, dacht Alice, ‘het lijkt wel of ik als een verrekijker in elkaar schuif!’ […] een klein koekje, waar krenten op zaten, die de woorden ‘Eet mij’ vormden. […] ‘nu ga ik uit elkaar als de grootste verrekijker van de wereld! Dag voeten!’.” 

Bovenstaande passages komen uit het boek “Alice in Wonderland”, geschreven door Lewis Carroll in 1865. Het beschrijft hoe Alice groeit en krimpt nadat ze iets drinkt of eet. Ze beschrijft deze ervaringen als een verrekijker die in en uit elkaar schuift. Bijna 100 jaar later, in 1955, ontmoet de psychiater dr. John Todd een aantal jonge patiënten die dezelfde ervaring hebben. Al snel wordt de term “Alice in Wonderland syndroom” (AWS) gebruikt voor deze aandoening. Maar wat is er aan de hand bij patiënten met AWS?   

Patiënten met AWS ervaren een verstoring in het visueel waarnemen van objecten of (delen van) hun eigen lichaam. Handen of voeten kunnen als veel kleiner worden waargenomen (micropsia) waardoor de rest van hun lichaam als buitenproportioneel groter wordt ervaren. Lichaamsdelen kunnen ook als veel groter worden waargenomen (macropsia) waardoor de patiënt de rest van zijn lichaam als veel kleiner ervaart. Objecten kunnen dichterbij (pelopsia) of verder weg (telopsia) lijken dan ze daadwerkelijk zijn, wat invloed heeft op de eigen waarneming binnen een ruimte. Maar niet alleen de visuele waarneming is aangedaan, ook kan er een verstoring van auditieve waarneming optreden. Stemmen kunnen bijvoorbeeld dichterbij (luider) of verder weg (zachter) klinken dan ze daadwerkelijk zijn. Vooral kinderen lijken gevoelig te zijn voor AWS, maar waar komt deze verstoring in het waarnemen vandaan? “‘Curieuzer en curieuzer!’ riep Alice.”  

Bij nader onderzoek blijkt er niets mis met de ogen of oren van patiënten met AWS, er lijkt eerder een verstoring in de informatieverwerking in de hersenen te zijn. Al snel werd door dr. Todd een verband gelegd tussen AWS en migraine. Waar sommige mensen met migraine lichtgevoelig zijn of ‘sterretjes zien’ (visuele aura’s), hebben mensen met AWS een verstoring in de ruimtelijke waarneming. Van migraine aura’s wordt gedacht dat ze een gevolg zijn van een neuronale over-stimulatie (verhoogde activiteit van zenuwcellen) gevolgd door neuronale onderdrukking (stilvallen van zenuwcellen). Meestal gebeurt dit binnen de visuele hersenschors, waardoor visuele aura’s relatief vaker voorkomen. Echter, bij patiënten met AWS wordt gedacht dat dit gebeurt in een hersengebied belangrijk voor ruimtelijke oriëntatie en het bijeenbrengen van zintuigelijke informatie (de pariëtale hersenschors). Dit zou een verklaring zijn waarom patiënten een veranderde perceptie hebben (zien, horen, voelen) ten opzichte van hun lichaam en omgeving.  

Uit dagboekaantekeningen van Lewis Carroll blijkt dat hij zelf ook last had van migraines. Wat tot speculatie heeft geleid of zijn aura’s misschien van het type AWS waren. En dat hij zijn ervaringen gebruikte in het schrijven van zijn wereldbekende boek. Echter, neurowetenschappers hebben meer ‘verborgen’ neurologische aandoeningen gevonden in zijn boek. Zoals depersonalisatie, het gevoel hebben niet jezelf te zijn, en prosopagnosia, het niet kunnen herkennen van gezichten. Of we dit allemaal kunnen toeschrijven aan de schrijver, valt te betwijfelen. Of misschien had de Kat toch gelijk: ‘we zijn hier allemaal gek. Ik ben gek. Jij bent gek.’ ‘Hoe weet u dat ik gek ben?’ zei Alice. ‘Dat moet je zijn,’ zei de Kat, ‘anders zou je niet hier gekomen zijn.’ 

Verschenen in het juni 2018 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder


De wonderlijke ontwikkeling van het brein

13 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

Als neurowetenschappelijk onderzoeker ben ik dagelijks bezig met het beter begrijpen van de hersenen. Toch blijf ik mij iedere dag weer verwonderen hoe die 1,5 kilo aan zenuwcellen ons hele bestaan zijn. Ze reguleren onze ademhaling en hartslag, ze laten ons horen, zien en ruiken, ze laten ons verdriet en blijdschap voelen, gebeurtenissen herinneren waar we graag aan terug denken. Dit allemaal door de samenwerking van ‘een paar’ (nou ja, ongeveer 86.000.000.000.000) cellen. Soms sta ik wel eens stil bij hoe ingenieus het brein zich vanaf de geboorte blijft ontwikkelen, én hoe kleine veranderingen grote consequenties kunnen hebben. 

Bij de geboorte zijn de meeste zenuwcellen die ons brein ooit zal hebben al aanwezig. De groei die ons brein vanaf de geboorte meemaakt, komt voornamelijk door glia cellen. Dit zijn cellen die ervoor zorgen dat zenuwuitlopers voorzien worden van een isolatielaag. Hierdoor kunnen zenuwcellen beter met elkaar communiceren. Op ongeveer tweejarige leeftijd heeft het brein al 80% van de grootte van een volwassen brein en op zesjarige leeftijd is dit 95%. Toch zijn er nog grote verschillen tussen een kinder, puber en volwassen brein. 

Het bereiken van het maximale breinvolume ligt op 10,5 jaar voor meisjes en 14,5 jaar voor jongens. Hierna neemt het breinvolume weer af. Dit lijkt jong, maar kleiner worden in volume staat hier (nog) niet gelijk aan ‘aftakeling’. Het is een periode in de pubertijd waarin de hersenen zich reorganiseren. Weinig gebruikte verbindingen tussen zenuwcellen worden weggesnoeid, zodat andere verbindingen zich sterker kunnen ontwikkelen. Het brein ontwikkelt zich ook niet over alle gebieden gelijk. Als eerste zijn de sensorische (waarneming) en motorische (beweging) gebieden ‘af’ en als laatste de prefrontale cortex (plannen, motivatie, oordeelsvermogen). Dit verklaart onder andere waarom pubers soms moeite hebben met het plannen van hun huiswerk en de gevolgen van hun acties te overzien. 

Als het brein zich op een andere manier ontwikkelt, kan dit voor problemen zorgen. Uit MRI onderzoek van kinderen met autisme spectrum stoornissen (ASS) blijkt dat in de eerste jaren een versnelde groei van het brein plaatsvindt. Door deze ‘wildgroei’ aan zenuwcellen is het voor het brein moeilijk om de juiste verbindingen te maken. Vooral de lange afstand verbindingen met het cerebellum (fijne motoriek), de amygdala (emotionele regulatie) en de prefrontale cortex zijn aangedaan. Dit komt overeen met de kenmerken van ASS, waarbij beperkingen op het gebied van sociale interactie op de voorgrond staan.  

Sommige onderzoekers denken zelfs dat aanleg voor ouderdomsziekten zoals de ziekte van Alzheimer (krimpen van de hersenen door verlies van zenuwcellen) mogelijk al tijdens de ontwikkeling aanwezig is. Zo werd bij 239 gezonde kinderen tussen de 4 en 20 jaar de dikte van de enthorinale regio gemeten, een gebied dat de hippocampus (geheugen) met de rest van het brein verbindt. Deze dikte werd vervolgens gelinkt aan genen die bekend staan de kans op Alzheimer te vergroten of te verkleinen. Resultaat van het onderzoek was dat kinderen met het gen dat de kans op Alzheimer vergroot, al een dunnere enthorinale regio hadden (minder zenuwcellen) dan kinderen met het gen dat de kans op Alzheimer verkleint.  

 De werking van het brein is magisch interessant, maar ook hoe het zich over de jaren heen ontwikkelt blijft mij verwonderen, elke dag maar weer.  

Verschenen in het november 2015 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder


Het nutteloze met het aangename verenigen

6 december 2020 Actueel, BiB Public

Tussen 2013 en 2020 hebben vrijwilligers van Brein in Beeld columns geschreven voor het magazine EOS Psyche en Brein, met toestemming van P&B zullen we een aantal columns plaatsen op onze website.

 Een paar weken geleden kreeg ik een link toegestuurd, “Cookie clicker – een leuk spelletje” stond erbij. Ik klikte op de link en kreeg een rond chocolate chip koekje te zien. De bedoeling was om op dit koekje te klikken en zo meer koekjes te genereren. Ad infinitum. Als je 100 koekjes verzameld had, kon je een ‘aardige oma’ inhuren om mee te helpen nog meer koekjes te maken. Met 3000 koekjes zelfs een fabriek. Een uur later had ik 37 oma’s, 21 fabrieken en 3 laboratoria om 67 meer koekjes te produceren bij elke klik. Voor deze prestatie kreeg ik een insigne. En ik bleef verder klikken.  

 Het spelletje gaat eigenlijk nergens over; met meer koekjes kun je ‘hulp’ kopen om de koekjes productie verder omhoog te schroeven om zo nog meer hulp te kunnen kopen. Meerdere spelletjes draaien om deze vicieuze cirkel waarbij het spel nooit ten einde komt of uitgespeeld wordt; Bejeweled Blitz (punten verzamelen door juwelen te matchen) en Farmville (gewassen oogsten, planten en weer oogsten). Maar wat gebeurt er toch allemaal met ons brein dat we deze spelletjes blijven spelen? 

 Een eerste antwoord op deze vraag komt voort uit onze drang te verzamelen; het verzamelen van koekjes, gewassen, punten en prestatie insignes. Verzamelen wordt vaak geassocieerd met positieve emoties zoals plezier en opwinding, wat een motivatie is om te blijven verzamelen en deze emoties te blijven ervaren. De verzameling moet alleen steeds groter worden om hetzelfde plezierige effect te verkrijgen; waar je eerst blij was met 1.000 punten/koekjes, wordt het al snel een drang om de 1.000.000 te halen of zelfs de 1.000.000.000. Binnen onze hersenen is het de gyrus cinguli anterior die hier verantwoordelijk voor is. Dit is hetzelfde hersengebied dat een rol speelt bij obsessieve compulsieve stoornissen (OCS) waarbij pathologisch verzamelen een voorbeeld van een dwanghandeling is. Maar waar er bij pathologische verzamelaars negatieve consequenties zijn zoals een huis vol ‘troep’, blijven deze bij online spelletjes vaak beperkt tot het verliezen van tijd 

 Een tweede antwoord kan gezocht worden in het valse gevoel van prestatie en de beloning die hieraan gekoppeld wordt. Een highscore in Bejeweled Blitz, een paar miljoen koekjes, een volgebouwde boerderij; allemaal zeer belangrijk voor de speler (maar niet zo zeer voor een buitenstaander). Het spel speelt hier mooi op in door statistieken bij te houden over de behaalde scores en een beloning in de vorm van prestatie insignes te geven waardoor het idee ontstaat dat er daadwerkelijk iets gepresteerd is. Daarnaast wordt een beloning waar (gevoelsmatig) meer moeite voor gedaan moet worden, of langer duurt voordat het binnen is, meer gewaardeerd dan korte termijn beloningen. Binnen onze hersenen is het de nucleus accumbens dat hier verantwoordelijk voor is, het associeert het behalen van een beloning aan positieve emoties wat motiveert om door te spelen en een grotere beloning na te jagen. 

 Een derde antwoord, dat voortkomt uit de eerste twee is het competitieve karakter van mensen welke beloning geeft een plezierig gevoel en de motivatie om door te blijven spelen? Vaak is dit toch de drang om ergens de beste in te zijn; de beloning van de hoogste score door het meest verzameld te hebben. Er staan internetfora vol met highscores waarbij mensen elkaar steeds proberen te overtreffen. Hier komt dan ook een strategisch element bij kijken tijdens het spelen waar ik mijzelf ook op betrapte – koop ik nu 2 oma’s met 200 koekjes of wacht ik tot ik 3000 koekjes heb gespaard en koop ik een fabriek waardoor het spel nog sneller zal gaan? Kan ik een manier vinden om zo snel mogelijk zoveel mogelijk koekjes te produceren? Dit strategisch denken en vooruit plannen zetten het frontale deel van je hersenen aan het werk waardoor zo’n spelletje toch minder doelloos en meer als een mentale oefening gezien kan worden. 

 Na een (te lange) tijd spelen heb ik het toch voor elkaar gekregen om het kruisje in de rechter bovenhoek van mijn scherm aan te klikken. Het spelletje ging uit en in plaats van virtuele oma’s en koekjes, ging ik op bezoek bij mijn oma met een lekker koekje bij de thee. Misschien wel twee.  

Verschenen in het mei 2014 nummer van EOS Psyche en Brein.

Over de auteur:

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

> Lees verder