Het brein van een man is echt anders dan dat van een vrouw; mythe of waarheid?

20 maart 2020 Actueel

Deze week (16 t/m 22 maart) is Brain Awareness Week. Er vinden deze week echter vanwege COVID-19 geen evenementen plaats. Wij verrassen u daarom graag deze week elke dag met een nieuw artikel over het thema ‘mythes over het brein‘. Vandaag deel 5:  het brein van een man is echt anders dan dat van een vrouw; mythe of waarheid?

In 1992 publiceerde John Gray het boek ‘Mannen komen van Mars en Vrouwen van Venus’ (1). Anno 2020 horen we nog steeds dergelijke uitspraken over vermeende grote verschillen tussen beide seksen. Vaak worden man-vrouw verschillen uitgelegd als biologische verschillen, omdat onze genetische samenstelling gedeeltelijk anders is. Mannen hebben een X- en een Y-chromosoom, terwijl vrouwen twee X-chromosomen hebben. Dit wordt ook wel als argument gebruikt om verschillen in capaciteiten tussen mannen en vrouwen aan te geven (2). Dat beeld wordt versterkt, omdat er uit een aantal onderzoeken bleek dat vrouwen bijvoorbeeld beter zijn in multitasken, terwijl mannen beter bleken te zijn in navigeren (3-4). Misschien klinkt dit als een interessante uitleg, maar zijn deze verschillen wel te verklaren door geslachtschromosomen? En in hoeverre worden vrouwelijke en mannelijke capaciteiten bepaald door de verschillen die we in de hersenen en de genen vinden? Is er überhaupt een verschil tussen de hersenen van de twee geslachten?

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Wat is het verschil tussen het brein van de XX en de XY?
De vraag “Is er een verschil tussen het mannen- en vrouwenbrein”, kan zowel met “ja” als met “nee” beantwoord worden. Als we puur naar hersenscans kijken, lijkt het verschil niet zo groot. Die verschillen zijn er vooral op het gebied van de connecties tussen bepaalde hersengebieden (5). Daarnaast, is het grootste verschil dat mannen grotere hersenen en hersenkamers hebben. Daarentegen hebben vrouwen meer grijze stof (7), die voornamelijk uit neuronen bestaat. Dit is overigens niet de enige hersenstof; de hersenen hebben ook witte stof, bestaande uit gemyeliniseerde axonen die de hersengebieden met elkaar verbinden. Naast dit verschil in de anatomie van de hersenen van mannen en vrouwen is het vooral opvallend dat er tussen vrouwen zelf (en ook tussen mannen zelf) grote verschillen bestaan. Deze verschillen zijn soms nog wel groter dan tussen mannen en vrouwen (6). De studie die deze claim maakte, onderzocht meer dan 1400 hersenscans. Op deze scans keken onderzoekers naar hersengebieden met de grootste verschillen tussen mannen en vrouwen, zoals de hoeveelheid grijze stof of de dikte ervan. Zelfs als in eerste instantie leek dat er een groot verschil was tussen de hersenscan van de man en de vrouw, bleek er nog altijd meer verschil te zijn binnen een groep dan tussen een groep (6).

Wat is het effect van geslachtshormonen op gedrag?
Hormonen lijken een duidelijk effect te hebben op ons gedrag. Zo heeft het ‘mannen-hormoon’ testosteron, dat ook aanwezig is in het brein, een duidelijk effect op het gevoel voor richting; testosteron blijkt het gevoel voor richting te kunnen verbeteren (8-9). Het toedienen van testosteron aan vrouwen zou daarom kunnen leiden tot een beter gevoel voor richting (10-11). Andere studies verklaren echter, dat het verschil in succesvol navigeren vooral te maken heeft met de (cultureel) aangeleerde strategie die mannen en vrouwen gebruiken. Zo maken vrouwen bijvoorbeeld gebruik van oriëntatiepunten, zoals een bepaalde straatnaam en het zien van een kerk. Mannen maken meer gebruik van afstanden en de kardinale richting; Noord, Oost, Zuid, West (12). Opvallend is dat als oriëntatiepunten overvloedig aanwezig zijn, beide groepen even goed presteren (12). Het is dus nog geen uitgemaakte zaak wat meer effect heeft; hormonen of de strategie die de seksen inzetten. Beide lijken een rol te spelen en zouden elkaar ook weer kunnen beïnvloeden.

In hoeverre speelt de omgeving een rol bij gedragsverschillen? 
Omgevingsfactoren hebben een gedeelde rol, samen met genetische componenten, als het gaat om gedragsverschillen tussen mannen en vrouwen. Dit wordt uitgelegd in het nature-nurture debat, waarin de vraag centraal staat wat de oorsprong is van ons gedrag en wat de impact is van de genen en van onze omgeving. Het lijkt erop dat het verschil in gedrag tussen mannen en vrouwen niet alleen te maken heeft met de hormonen of de X- en Y-chromosomen, maar ook met cultureel aangeleerde aspecten. Onze hersenen kunnen zich namelijk zowel aanpassen door ervaring die we opdoen als door leren.  Door dit samenspel van kennis opdoen, maken we steeds nieuwe connecties in het brein, wat ons gedrag uiteindelijk ook weer beïnvloedt.

Een antwoord op de vraag of het mannenbrein en vrouwenbrein wezenlijk van elkaar verschillen, ligt genuanceerd; er zijn verschillen, maar die zijn er ook binnen groepen van vrouwen of mannen zelf. Er is één ding dat zeker is, namelijk dat het om meer gaat dan alleen de biologische verschillen. Het is een samenspel van meerdere factoren en dat is ook precies wat je tot een uniek persoon maakt.

Bronnen
1. Gray, J. Men are from Mars, women are from Venus : a practical guide for improving communication and getting what you want in your relationships. 286 (1992). doi:10.1136/bmj.e746
2. TEDxJaffa — Daphna Joel — Are brains male or female? – YouTube. Available at: https://www.youtube.com/watch?v=rYpDU040yzc.
3. Boone, A. P., Gong, X. & Hegarty, M. Sex differences in navigation strategy and efficiency. Mem. Cogn. 46, 909–922 (2018).
4. Stoet, G., O’Connor, D. B., Conner, M. & Laws, K. R. Are women better than men at multi-tasking? BMC Psychol. 1, 18 (2013).
5. Ingalhalikar, M. et al. Sex differences in the structural connectome of the human brain. Proc. Natl. Acad. Sci. U. S. A. 111, 823–828 (2014).
6. 
Joel, D. et al. Sex beyond the genitalia: The human brain mosaic. Proc. Natl. Acad. Sci. U. S. A. 112, 15468–15473 (2015).
7. 
Het verschil tussen mannen- en vrouwenhersenen – NPO Radio 1. Available at: https://www.nporadio1.nl/wetenschap-techniek/3813-over-het-verschil-tussen-mannen-en-vrouwenhersenen-2.
8. Lawton, C. A. Strategies for indoor wayfinding: The role of orientation. J. Environ. Psychol. 16, 137–145 (1996).
9. 
Goyette, S. R., McCoy, J. G., Kennedy, A. & Sullivan, M. Sex differences on the judgment of line orientation task: A function of landmark presence and hormonal status. Physiol. Behav. 105, 1045–1051 (2012).
10. 
Spritzer, M. D. et al. Effects of testosterone on spatial learning and memory in adult male rats. Horm. Behav. 59, 484–496 (2011).
11. 
Aleman, A., Bronk, E., Kessels, R. P. C., Koppeschaar, H. P. F. & Van Honk, J. A single administration of testosterone improves visuospatial ability in young women. Psychoneuroendocrinology 29, 612–617 (2004).
12. 
de Goede, M. Gender differences in spatial cognition. Proefschrift (2009). 

 
Over de auteur:

Irina Scheer is haar studie gestart aan het University College Roosevelt waarin ze haar focus legde op vakken binnen de psychologie, life sciences en neurowetenschappen.

Momenteel volgt ze het NEURASMUS master programma. In het eerste jaar volgde ze de studie Medische Neurowetenschappen in Berlijn, en nu – in het tweede jaar, aan de VU in Amsterdam – volgt ze de Fundamentele Neurowetenschappen track.

Ze is momenteel voornamelijk geïnteresseerd in het circuit van het brein, en loopt nu stage bij het Erasmus MC waar wordt gekeken naar de invloed van het cerebellum op leer en motorisch gedrag.


< Terug