Twee hersenhelften of één brein?

18 maart 2020 Actueel

Deze week (16 t/m 22 maart) is Brain Awareness Week. Er vinden deze week echter vanwege COVID-19 geen evenementen plaats. Wij verrassen u daarom graag deze week elke dag met een nieuw artikel over het thema ‘mythes over het brein‘. Vandaag deel 3: twee hersenhelften of één brein?

Soms wordt mij gevraagd “Ben jij een linker of rechter hersenhelft denker?” Een vraag waarop ik als hersenonderzoeker dan zeg dat ik toch echt met beide hersenhelften denk. Echter blijft het idee van een ‘analytische linker hersenhelft’ en een ‘creatieve rechter hersenhelft’ bestaan. Zo zijn er tal van online testjes te vinden die, na het beantwoorden van een paar vragen, aangeven welke hersenhelft dominant is. Waar komt dit idee van gescheiden linker- en rechter hersenfuncties vandaan? En bestaat er wel zoiets als een creatieve rechter hersenhelft?

Afbeelding van ElisaRiva via Pixabay

Om deze vragen te beantwoorden duiken we in de geschiedenis van de hersenwetenschap. Naar de tijd van Wilder Penfield (1891-1976), een neurochirurg die baanbrekend onderzoek deed bij patiënten met epilepsie. Hij zocht tijdens een hersenoperatie naar de beginlocatie van een epileptische aanval. Dit deed hij door hersengebieden van zijn patiënten te stimuleren met elektrische pinnen. Opvallend hierbij is dat zijn patiënten alleen onder locale anesthesie waren gebracht (dus bij volledig bewustzijn!). De hersenen zelf hebben geen pijnreceptoren en kunnen dus niets voelen. Zo kon de patiënt aangeven wanneer hij, na stimulatie van een bepaald hersengebied, de eerste tekenen van een epileptische aanval herkende. De beginlocatie was daarmee gevonden. Deze kon dan chirurgisch worden verwijderd, waarna de aanvallen zouden verminderen of zelfs stoppen, zonder grote neurologische bijverschijnselen.

Een ander voordeel van deze methode was dat tijdens de zoektocht naar de beginlocatie van de epileptische aanval er veel hersenstructuren gestimuleerd werden. Als reactie op de stimulatie deed de patiënt iets (bewoog een vinger of been) of voelde iets (prikkeling in een teen of oor). Zo werden grote gebieden van de hersenen in kaart gebracht, die specifiek waren voor lichamelijk voelen of bewegen.

Met deze sterk gelokaliseerde inzichten, nemen we een volgende stap in de geschiedenis van de neurowetenschap, namelijk naar Nobelprijswinnaar Roger Sperry (1913-1994). Hij deed onderzoek naar de functies van de linker en rechter hersenhelft bij patiënten met een ‘gespleten brein’. De hersenbalk die de linker en rechter hersenhelft verbindt, werd soms doorgesneden bij patiënten met hevige epilepsie. Zo kon de epilepsie zich niet naar de andere hersenhelft verspreiden. Deze patiënten werden ook wel ‘gespleten brein’ patiënten genoemd; de linker en rechter hersenhelft functioneerden los van elkaar, er was immers geen communicatie tussen de hersenhelften meer mogelijk.

De gevolgen van een gespleten brein waren opvallend. In het brein komt de informatie van het linker visuele veld binnen in de rechter hersenhelft. De informatie van het rechter visuele veld komt binnen in de linker hersenhelft. Zo stuurt ook de rechter hersenhelft de linkerkant van het lichaam aan en de linker hersenhelft de rechterkant van het lichaam. Dit gaat allemaal onbewust, maar bij een gespleten brein patiënt komt dit duidelijk naar voren. Sperry zette een doosje in het rechter visuele veld en vroeg wat de patiënt zag, deze antwoordde “een doosje” (taal is gelokaliseerd in de linker hersenhelft). Wanneer Sperry het doosje in het linker visuele veld zette en dezelfde vraag stelde, kon de patiënt niet antwoorden. Wel kon hij met zijn linkerhand (aansturing gelokaliseerd in de rechter hersenhelft) het doosje aanwijzen.

Tijdens een ander experiment bij ‘gespleten brein’ patiënten werd een woord (van een voorwerp) getoond in het rechter visuele veld. De patiënt kon het woord lezen en uitspreken. Wanneer het woord in het linker visuele veld werd getoond, kon de patiënt dit niet. Echter, de patiënt kon wel het juiste voorwerp uit een aantal objecten kiezen dat overeenkwam met het woord. Dus ondanks dat de rechter hersenhelft niet de functie tot spreken bezit, is er wel herkenning van betekenis.

De geschiedenis leert ons dat specifieke gebieden een specifieke functie hebben (Penfield), en dat beide hersenhelften dezelfde informatie verwerken, al dan niet op een verbale of non-verbale manier (Sperry). Er is dus functionele segregatie, maar dit leidt niet tot een hyperanalytisch of hypercreatief persoon, ook niet als de verbinding tussen links en rechts kapot gaat. De hersenen werken als een geheel samen; links/rechts is eerder een artificieel onderscheid. Recent onderzoek laat dit duidelijk zien wanneer er met MRI gekeken wordt naar een proces als creativiteit. De persoon in de scanner wordt gevraagd in gedachten een voorwerp te roteren (bijvoorbeeld hoe je het beste al je boodschappen in een tas kan stoppen). Op MRI wordt dan zichtbaar dat verschillende delen van de hersenen tegelijk actief worden, zowel in de linker als rechter hersenhelft.

Deze column is eerder verschenen in het 2015 nummer van EOS psyche en brein

Over de auteur

Laura Jonkman is assistent professor bij het Amsterdam UMC – locatie VUmc en houdt zich bezig met neurowetenschappelijk onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, Parkinson en multiple sclerose met behulp van MRI en microscopie.

 


< Terug