Vrouwen in de neurowetenschap

8 maart 2020 BiB Public

De veelzijdige redactie van Brein in Beeld informeert haar lezers graag met artikelen en blogs over de eveneens veelzijdige wereld van de neurowetenschappen.

Hieronder leest u het artikel van Wendelien Bergmans over vrouwen in de neurowetenschap.

 Vandaag is het internationale vrouwendag. Een goed moment om vrouwen binnen het hersenonderzoek in het zonnetje te zetten. Hoewel het aantal mannen nog de overhand heeft in de neurowetenschappen, zeker in de hogere rangen, zijn er veel vrouwen die hun stempel op de neurowetenschap hebben gedrukt. Sommigen droegen bij aan de basis van het hersenonderzoek en anderen hebben bijzondere bijdragen geleverd in de laatste decennia. Voor internationale vrouwendag willen we een aantal van deze vrouwen uitlichten.

De eerste vrouwen in de neurowetenschap
Richting het einde van de 19e eeuw kwamen de eerste vrouwen in de neurowetenschap in beeld. Zo haalde Maria Mikhailovna Manaseina haar medische graad in Rusland en verrichte ze innovatief onderzoek naar slaap deprivatie. Zij publiceerde in 1897 een Engelstalig boek over de psychologie, pathologie en fysiologie van slaap. Rond diezelfde periode deed Augusta Dejerine Klumpke in Frankrijk onderzoek naar de beschadiging van de zenuwen in de schouder en arm die een (gedeeltelijke) verlamming kunnen veroorzaken; tegenwoordig ook wel bekend als de Klumpke’s parese. Zij heeft meerdere prijzen gewonnen met haar prestaties en werd in 1914 zelfs de eerste vrouwelijke voorzitter van de French Society of Neurology.

Vrouwen als pioniers
Aan het begin van de 20e eeuw volgden er meer dames die als pioniers van de neurowetenschap kunnen worden gezien. Zo deed Anna Meyer Berliner onderzoek naar visuele sensaties en psychiater Constance Pascal ontfermede zich over het verminderen van de lasten en het stigma rondom mentale ziektes. In dezelfde periode droeg Cécile Mugnier-Vogt bij aan de anatomie van de hersenen. In Duitsland onderzocht Cécile met behulp van haar man hoe verschillende hersendelen met elkaar waren verbonden. Dit resulteerde in een beter begrip van de functionele neuroanatomie. Vandaag de dag eert het Max Delbrück center for molecular medicine Cécile Vogt door een programma voor vrouwen in de wetenschap naar haar te vernoemen. Een andere vrouw die begin 20e eeuw haar steentje bijdroeg is Lina Solomonova Stern. In 1921 introduceerde zij de term bloed-hersen barrière. Ruim twintig jaar later won Lina een prijs voor exceptionele prestaties in onderzoek naar deze barrière.

Vrouw onderzoekt Einsteins brein
In de tweede helft van de twintigste eeuw nam het aantal vrouwen in de neurowetenschappen toe. Het onderzoek van de Amerikaanse Suzanne Corkin was gefocust op patiënt, H.M., die een bijzondere hersenoperatie had gehad. De operatie moest epileptische aanvallen verhelpen, maar resulteerde bij H.M. tot het onvermogen om nieuwe herinneringen te maken doordat beide hippocampi waren verwijderd. Hierdoor leidde Corkin´s onderzoek tot de ontdekking dat de hippocampus een diepgaande rol speelt bij lange termijn herinneringen.

In 1986 ontvingen Rita Levi-Montalcini en haar collega een Nobelprijs voor hun ontdekkingen van de zenuwgroeifactor (nerve growth factor). De zenuwgroeifactor is een stof die bijdraagt aan de groei van hersencellen. Deze ontdekking was een stap richting het begrijpen en aantonen van de mogelijkheid van plasticiteit in de hersenen. Hier sloot het onderzoek van Marian Diamond op aan. Toen Diamond in 1984 het brein van Einstein onderzocht kwam ze tot de ontdekking dat Einsteins brein een hoge hoeveelheid van ondersteunende cellen (gliacellen) had en dus niet elk brein hetzelfde was, maar hersenen van volwassen nog kunnen ontwikkelen. Haar andere studies bevestigde dat omgevingsfactoren het brein kan ontwikkelen en aanpassen.

Ten slotte voegde de neuroloog Anita Harding de rol van DNA toe aan het plaatje van de neurowetenschappen. Haar combinatie van klinisch onderzoek met genetica demonstreerde een relatie tussen mutaties in het DNA van mitochondriën (een onderdeel van cellen) en hersenziektes.

Vrouwen pakken de Nobelprijs
De prestaties van vrouwen in de neurowetenschap gaan verder in de 21e eeuw. Naast de eerder genoemde Rita Levi-Montalcini, ontving ook Linda Brown Buck, samen met Richard Axel, in 2004 de Nobelprijs voor de geneeskunde met onderzoek naar het reuksysteem. Diezelfde Nobelprijs ging in 2014 naar May Britt Moser en collega’s. Zij ontdekten een speciaal soort cellen in de hippocampus (gridcellen) die belangrijk zijn voor navigeren.

Dit zijn maar een handjevol vrouwen die tot vandaag de dag hun bijdragen leveren in de ontwikkelingen in hersenonderzoek. Hopelijk een bron van inspiratie voor huidige vrouwen die een carrière in de neurowetenschappen ambiëren!


< Terug