Moeilijke gesprekken na traumatisch hersenletsel

14 november 2018 Geen categorie

Door Simon Bakker, neuropsycholoog

Het is zaterdagavond, Frank (22 jaar oud) is op stap met drie vrienden in Amsterdam. Ze zijn met de auto gekomen, de trein rijdt immers maar tot een uur of één in de nacht. Na een heerlijke avond in de stad rijden zij om een uur of vier terug naar huis. Het feest gaat onverstoord door in de auto, muziek lekker hard, biertjes op de achterbank. Frank is de Bob en brengt de jongens veilig thuis. Totdat… één klein moment van onoplettendheid en de auto van Frank slipt van de weg en komt met een ongekende klap stil te staan tegen de grote boom in de berm. De auto is total loss, de drie vrienden zijn ongedeerd, maar Frank ligt bewusteloos met zijn bebloede hoofd op het stuur. Zijn vrienden bellen 112 en Frank wordt naar de spoedeisende hulp gebracht. Na een maand ontwaakt Frank uit zijn coma, hij herkent zijn vrienden en vraagt hen: “Wat is er gebeurd?” Althans, dat probeert hij. Het lukt niet. Het lukt Frank niet om dat ene kleine zinnetje uit te spreken. Verder dan “…gebeurd…” komt hij niet. 

Als neuropsycholoog in het Daan Theeuwes Centrum voor intensieve neurorevalidatie bij jongeren na ernstig traumatisch hersenletsel kom ik veel in aanraking met de gevolgen van hersenletsel met betrekking tot het spreken.
Grofweg onderscheiden we twee overkoepelende stoornissen na hersenletsel wanneer het over taal en spreken gaat; afasie en dysartrie.

De taalstoornis afasie wordt veroorzaakt door een verstoorde aansturing van de taalgebieden in het brein. De klassieke taalgebieden in het brein, vernoemd naar hun naamgever, zijn het gebied van Broca en het gebied van Wernicke. Het gebied van Wernicke verzorgt het begrip van taal. In het gebied van Broca, onderdeel van de motorische schors, wordt de taalproductie geregeld. En juist dit laatste gebied is bij Frank beschadigd, hetgeen zich uit in een afasie van Broca.

Bij de spraakstoornis dysartrie na hersenletsel ontstaat er een stoornis in de werking van één of meer spieren die bij het spreken betrokken zijn. Coördinatieproblemen of spierverlammingen rond de mond zorgen binnen de spraakproductie voor verschillende problemen. Deze problemen kunnen betrekking hebben op de spraak, adem en de stem. Hierbij kan gedacht worden aan een nasale of monotone spraak, onnauwkeurige articulatie, hees- of schorheid en aan een onjuiste adem-stemkoppeling.

Op 27 november gaan wij onder begeleiding van Peter Hagoort, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen, dieper in op taal tijdens de tweede Brein in Beeld avond waarbij The King’s Speech vertoond zal worden. Een prachtig verhaal waarin de stotterende Prins Albert George wordt gevolgd in zijn strijd tegen het stotteren, tijdens zijn steeds groter wordende publieke rol als troonopvolger. Stotteren komt overigens ook voor na hersenletsel en wordt neurogeen stotteren genoemd.

Tickets voor deze Brein in Beeld avond zijn verkrijgbaar via: https://www.ticketkantoor.nl/shop/breinopbeeld

 


< Terug