Wetenschappelijke artikelen en tijdschriften #KNWblogs

26 april 2013 Blogs

Leuk dat je er weer bent. Deze week wil ik graag iets vertellen over het publiceren van resultaten van onderzoek. Publiceren in wetenschap is een ingewikkeld proces waar je pagina’s vol over zou kunnen schrijven. Ik wil je wat meer inzicht geven in de manier waarop onderzoekers hun bevindingen delen. Ik denk dat het voor iedereen die meer wil weten over wetenschappelijk onderzoek belangrijk is om een klein beetje kennis te hebben over wetenschappelijke publicaties omdat het uitwisselen van wetenschappelijke kennis net zo belangrijk is als het uitvoeren van onderzoek zelf.

Geschreven door Kenneth Hulst

Wetenschappers delen de informatie die voortkomt uit onderzoek met elkaar door middel van wetenschappelijke publicaties. Een publicatie is een artikel dat verschijnt in een tijdschrift uit een bepaald onderzoeksgebied. Er bestaan honderden (zo niet duizenden) van zulke tijdschriften die over de hele wereld gelezen worden. Een tijdschrift met publicaties over een bepaald onderzoeksgebied wordt meestal gelezen door mensen die ook in dat vakgebied werkzaam zijn. Er zijn tijdschriften die betrekking hebben op een zeer specifieke deelgebieden (bijvoorbeeld het tijdschrift ‘Multiple Sclerosis’ dat bijna uitsluitend artikelen plaatst met als onderwerp MS), en ook tijdschriften waarin juist meer uiteenlopende onderwerpen worden geplaatst (bijvoorbeeld het tijdschrift BRAIN, dat alle artikelen over hersenen plaatst mits ze maar hele vernieuwende informatie bevatten). Daarnaast zijn er wetenschappelijke tijdschriften die hele strenge eisen stellen aan artikelen die naar hen opgestuurd worden. Daardoor zijn de artikelen die in deze tijdschriften gepubliceerd worden doorgaans van goede kwaliteit. Hoe ‘beter’ het tijdschrift, hoe hoger de impact factor van dat tijdschrift. De impact factor is dus een soort maat om het aanzien van een tijdschrift aan te geven. Wetenschappers willen graag publiceren in een tijdschrift met een hoge impact factor, omdat hun onderzoeksresultaten dan vaker gelezen worden en omdat hun carri√®rekansen hierdoor kunnen stijgen.

Van onderzoek naar publicatie

Het eindproduct van een onderzoek bestaat doorgaans uit een publicatie. Dat betekent dat degene die het onderzoek heeft uitgevoerd opschrijft wat de aanleiding was om het onderzoek uit te voeren. Meestal heeft de onderzoeker een bepaald idee over een onderwerp. Zo’n idee kan leiden tot een stelling, en het onderzoek kan dan dienen om bewijs voor of tegen deze stelling te vinden. De onderzoeker stelt een hypothese op. Een hypothese is een stelling die nog niet bewezen is. Vervolgens richt de onderzoeker het onderzoek zodanig in dat met behulp van gegevens die tijdens het onderzoek verzameld worden de kans berekend kan worden dat de stelling van de onderzoeker klopt (of juist niet klopt).

Zo is mijn stelling dat depressie bij mensen met MS invloed heeft op hun cognitief functioneren, namelijk dat het cognitieve functioneren afneemt wanneer er sprake is van depressieve symptomen. Door testen af te nemen kunnen we de cognitie scoren (d.w.z. een bepaald cijfer geven aan het cognitieve functioneren). Door ook depressieve symptomen met behulp van een test te scoren, krijgen we dus cijfers die wat zeggen over cognitie enerzijds en over depressieve symptomen anderzijds. Wanneer deze ingevoerd worden in een computerbestand kan je met behulp van een statistiekprogramma berekenen of er een relatie (associatie) bestaat tussen depressie en cognitie. Hetzelfde programma kan ook berekenen hoe groot de kans is dat zo een relatie op toeval berust (en deze er in werkelijkheid dus misschien niet is).

Wanneer de onderzoeker gegevens heeft verzameld en met het statistiekprogramma heeft aangetoond dat de gegevens zijn hypothese ondersteunen, worden de resultaten opgeschreven (dit staat in wetenschappelijke artikelen onder het kopje ‘resultaten’). De onderzoeker heeft nu een verslag waarin staat beschreven wat de aanleiding was om zijn onderzoek uit te voeren, wat zijn hypothese was, welke resultaten gevonden werden tijdens het onderzoek en hoe groot de kans is dat eventueel gevonden relaties op toeval berusten. Om andere onderzoekers de mogelijkheid te bieden het onderzoek over te doen schrijft de onderzoeker in detail op hoe het onderzoek werd verricht (dit staat in wetenschappelijke artikelen onder het kopje ‘methoden’). Als de onderzoeker vervolgens opschrijft wat de gevonden resultaten betekenen, wat zij kunnen toevoegen aan de huidige stand van zaken en hoe achteraf gezien het onderzoek nog beter had kunnen worden uitgevoerd (dit is het kopje ‘discussie’ in wetenschappelijke artikelen) is het artikel af. Dan kan het worden opgestuurd naar een tijdschrift waarin de onderzoeker graag zou willen dat zijn artikel wordt gepubliceerd.

Na het indienen van een artikel

Nadat de onderzoeker een artikel heeft ingestuurd, breekt een spannende periode aan, zo weet ik van mijn zus. Soms krijgt ze het artikel al op dezelfde dag weer terug. Door de grote hoeveelheid aan artikelen, kan namelijk niet altijd alles worden geaccepteerd. Dus dan vinden ze het niet vernieuwend genoeg. Meestal maakt de onderzoeker een zo goed mogelijke inschatting bij welk tijdschrift het paper past en voor wie het de grootste nieuwswaarde heeft. Dan blijft een artikel rustig 4-6 weken weg. Het tijdschrift heeft het dan naar experts in het veld gestuurd, met de vraag of zij de kwaliteit van het paper willen beoordelen. Deze experts hebben dan soms nog vragen of willen misschien zelfs extra analyses. Het artikel komt dan terug bij de onderzoeker met een verzoek om ‘major revisions’. De onderzoeker loopt alle punten van de experts door en geeft netjes antwoord op de gestelde vragen. Pas als de experts tevreden zijn, zal het tijdschrift het artikel plaatsen. Een proces wat soms wel maanden in beslag neemt!

Wat ik verder heb meegemaakt deze week

Elke week is er een bijeenkomst waar de promovendi een presentatie aan elkaar geven. Deze bijeenkomst is voor alle onderzoekers die verbonden zijn aan de afdeling anatomie en neurowetenschappen. Daardoor lopen de onderwerpen erg uiteen. Deze week was er een presentatie over een onderzoek naar verslaving aan nicotine. Dit onderzoek sloot natuurlijk niet aan bij mijn eigen onderzoek, maar het liet wel zien wat voor soort onderzoek er nog meer mogelijk is met hersenen.

In het onderzoek hadden ze ratten verslaafd gemaakt aan nicotine. Vervolgens werden de ratten gedwongen om af te kicken en daarna kregen ze weer de mogelijkheid om opnieuw nicotine toegediend te krijgen. Een deel van de ratten werd opnieuw verslaafd. Op dat moment werden de ratten opgeofferd en werd hun brein ingevroren. Daarna gingen de onderzoekers kijken welke receptoren er anders waren in de hersenschors bij de ratten die toch opnieuw naar nicotine hadden gezocht en bij de ratten die dat niet hadden gedaan.

Het was jammer dat het mij niet duidelijk werd of er ook al conclusies uit dit onderzoek getrokken konden worden. Ik denk dat dit kwam omdat ik niet voldoende achtergrondkennis uit dit onderzoeksgebied heb, waardoor het lastig voor mij was om het einde te kunnen volgen. Zeven jaar geleden studeerde ik biomedische wetenschappen en daarom vond ik het leuk om weer eens wat te zien over celbiologie.

Dat was het voor deze week. Ik hoop dat ik je wat heb kunnen leren over wetenschappelijke artikelen en wetenschappelijke tijdschriften. Ik ga de komende weken werken aan mijn onderzoeksverslag. Wellicht kan ik in een volgende blog nog iets dieper ingaan op een van de onderdelen van het wetenschappelijke artikel. Leuk dat je mijn blog deze week hebt gelezen, hopelijk tot deel VI!


< Terug